Beschikking van 19 januari 2016 Behorend bij E.J. no. 2310 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [naam eiser], wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: E*, gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn tegen: de naamloze vennootschap MAMURIS RESTAURANT N.V., gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: Mamuris, gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 8 december 2015. 1.2 Hoewel behoorlijk aangezegd ter rolzitting van 24 november 2015 (aan mr. Gravenstijn en aan mr. I.R. Wever (occuperende voor mr. Ruiz voornoemd)) dat de mondelinge behandeling van de zaak zou plaatsvinden op 8 december 2015 om 10:30, zijn partijen noch hun gemachtigden ter zitting verschenen (en dat zonder enige kennisgeving). Ten behoeve van die zitting had de gemachtigde van E* nog nadere producties ingezonden. Omdat die producties niet ter zitting zijn toegelicht, blijven ze buiten beschouwing. 1.3 Beschikking is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 E* verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: a. Mamuris veroordeelt om aan E* (door) te betalen zijn loon vanaf 26 mei 2015, althans 20 augustus 2015, totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente; b. Mamuris beveelt om E* per direct weder te werk te stellen in overeenstemming met de overeengekomen werkzaamheden; c. te dezen enige ander juist voorkomende beslissing neemt; d. Mamuris veroordeelt in de proceskosten. 2.2 Mamuris voert verweer en concludeert dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot ontzegging daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Mamuris wordt daarom verworpen. 3.2 E* heeft zijn stelling, dat er tussen partijen op enig moment een arbeidsovereenkomst is gesloten of tot stand is gekomen die noch immer rechtsgeldig is, in het licht van het door Mamuris gemotiveerd gevoerde verweer onvoldoende nader onderbouwd. Dit klemt temeer omdat uit het door dit Gerecht op 21 juli 2015 gewezen vonnis in het tussen partijen gevoerde kort geding onder zaaknummer K.G. 1361 van 2015 (op welke uitspraak Mamuris zich beroept) blijkt dat E* in rechte heeft verklaard en/of erkend dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.