Uitspraak van 6 juni 2016 LAR nr. 330 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonende in Aruba, APPELLANT, gemachtigd: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed, gericht tegen: het hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister, zetelende in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Appellant heeft op 17 september 2014 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van verweerder van 5 augustus 2014, waarbij het verzoek van appellant van 29 november 2013 tot inschrijving in het bevolkingsregister, is geweigerd. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar heeft appellant op 18 februari 2015 beroep ingesteld bij het gerecht. De uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het beroep strekt ertoe de fictieve beslissing op het bezwaar te vernietigen en te bepalen dat verweerder binnen twee maanden een reële beslissing zal nemen op het bezwaarschrift, met veroordeling van verweerder in de kosten van deze procedure. 2.2 Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar. Nu niet is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan haar bevoegdheid, neergelegd in artikel 19, tweede lid, van de Lar, tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen twintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 4 februari 2015. Nu het beroepschrift pas op 18 februari 2015 is ingediend, is de beroepstermijn overschreden. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om op dit punt een nadere toelichting te geven. Dit brengt met zich mee dat het gerecht geen gronden ziet om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. 2.3 Ingevolge artikel 32, onderdeel a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen, indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het gerecht zal dan ook als volgt beslissen. 2.4 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 6 juni 2016, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.