← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:393

Vonnis van 1 juni 2016 Behorend bij A.R. 2089 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiseres, te Aruba, hierna ook te noemen: Eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes, tegen: Gedaagde, te Aruba, hierna ook te noemen: Gedaagde, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - het tussenvonnis van 11 maart 2015; - het proces-verbaal van comparitie van 28 april 2015; - de brief van mr. Illes van 17 augustus 2015; - de aantekeningen van de voortgezette comparitie van 9 september 2015; - de conclusie na comparitie zijdens Eiseres; - de conclusie van dupliek zijdens Gedaagde; - akte na comparitie zijdens Gedaagde; - de aantekening op de omslagmap van de rolzitting van 13 april 2016 dat Eiseres afziet van antwoordakte. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Partijen hadden een affectieve relatie. 2.2 Zij zijn beiden eigenaar van de volgende onroerende zaken:- een woning aan de [adres 1], Oranjestad,- een woning aan de [adres 2], Oranjestad. 2.3 Bij gelegenheid van de comparitie van partijen in deze zaak hebben partijen (samengevat) de volgende afspraken gemaakt die in het proces-verbaal van de zitting zijn opgenomen. 2.4 De woning aan de [adres 2] wordt toebedeeld aan Eiseres. Zij betaalt vanaf 1 mei 2015 de met die woning samenhangende verplichtingen. De woning aan de [adres 1] wordt toebedeeld aan Gedaagde. Hij betaalt de kosten in verband met deze woning. Na uitvoering van de afspraak zullen partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben. 2.5 Het is niet tot uitvoering van de vaststellingsovereenkomst gekomen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eiseres vordert, na wijziging van eis, vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens bedrog dan wel dwaling dan wel – naar het gerecht begrijpt – wijziging of ontbinding van de overeenkomst. Ten slotte beroept Eiseres zich op vernietiging van de verdeling. 3.2 Eiseres grondt de vordering erop dat na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst is gebleken dat de aan haar toe te delen woning belast is met een hypotheekschuld van Afl. 85.935,97 terwijl de woning gekocht werd voor Afl. 81.600,. Daar staat tegenover dat Gedaagde een woning krijgt toebedeeld, vrij van lasten. 3.3 Gedaagde voert verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 Waar Eiseres de vaststellingsovereenkomst wil vernietigen of ontbinden wil Gedaagde dat deze wordt nagekomen. Het gerecht heeft de vordering van Eiseres na comparitie beschouwd als eiswijziging. Nu Gedaagde aandringt op nakoming en zich inhoudelijk niet over de merites van de gewijzigde vordering uitlaat begrijpt het gerecht dat hij zich tegen de eiswijziging verzet. 4.2 Het gerecht stelt voorop dat het doorhalen van een zaak op de algemene rol in beginsel slechts een administratieve handeling is die niet automatisch meebrengt dat aan het geschil en de procedure een einde komt. Uit de comparitie noch uit de vaststellingsovereenkomst blijkt dat Eiseres heeft beoogd afstand van deze instantie te doen, noch heeft zij afstand gedaan van haar recht de vaststellingsovereenkomst aan te tasten. De procedure kan daarom worden hervat. 4.3 Naar oordeel van het gerecht is de eiswijziging niet ontoelaatbaar. Nu Gedaagde kennelijk van een ander rechtsgevolg van de doorhaling van de procedure op de rol is uitgegaan en daarom niet inhoudelijk op de gewijzigde eis is ingegaan zal het gerecht hem daartoe alsnog in de gelegenheid stellen. Daartoe zal de zaak naar de rol worden verwezen. Als Gedaagde daarbij stukken overlegt zal Eiseres daarop bij akte nog een keer mogen reageren. Als Gedaagde concludeert zonder overlegging van stukken zal Eiseres niet meer mogen reageren en wordt de zaak voor vonnis op de rol geplaatst. 4.4 Het gerecht houdt iedere verdere beslissing aan. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 juni 2016 voor conclusie na hervatting van het geding en eiswijziging zijdens Gedaagde; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier. Vgl. voor huidig Nederlands procesrecht art. 246 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Van Maanen/Van Dam-Lely 2012, (T&C Rv) art. 246 Rv aantek. 2.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.