Beschikking van 28 juni 2016 Behorend bij AR 2373 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoekster] wonende te Aruba, hierna ook te noemen: [verzoekster] gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz tegen: de naamloze vennootschap BOULEVARD CASIO CORPORATION N.V. gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: BCC gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - het verweerschrift - de behandeling ter zitting van 31 mei 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. 2HET VERZOEK EN HET VERWEER 2.1 [ Verzoekster] verzoekt een voorlopig getuigenverhoor te bevelen met benoeming van een rechter-commissaris voor wie dit getuigen verhoor zal plaats vinden en met bepaling van het tijdstip waarop dit voorlopig getuigenverhoor zal plaats vinden, kosten rechtens. 2.2 Aan dit verzoek legt [verzoekster] het volgende ten grondslag. [Verzoekster] overweegt om een actie uit onrechtmatige daad in te stellen tegen BCC omdat zij tijdens rechtszaken gebruik zou hebben gemaakt van een valse verklaring van mevrouw [naam mevrouw], waarvan BCC wist althans redelijkerwijs kon weten dat de verklaring leugens bevatte. Alvorens deze rechtszaak aan te spannen wenst [verzoekster] mevrouw [naam mevrouw] en [naam meneer] als getuigen te horen. 2.3 BCC voert gemotiveerd verweer dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. 3DE BEOORDELING 3.1 Voorop wordt gesteld dat de rechter die over een verzoek als het onderhavige heeft te oordelen geen discretionaire bevoegdheid toekomt. Hij dient het verzoek in beginsel toe te wijzen, mits het verzoek (
- a)aan de wettelijke eisen voldoet, (
- b)ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het verhoor bewezen kunnen worden. Dit is alleen anders indien de rechter (op grond van in zijn beslissing vermelde feiten en omstandigheden) van oordeel is dat het verzoek (
- c)in strijd is met een goede procesorde, (
- d)dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt - bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of (
- e)dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig beoordeeld bezwaar. 3.2 Het belang van [betrokkene] bij het houden van een voorlopig getuigenverhoor is erin gelegen om de rechter in de bodemzaak ervan te overtuigen dat BCC jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, omdat het ontslag gebaseerd was op een valse verklaring. 3.3 Met BCC is het gerecht van oordeel dat [verzoekster] geen belang heeft bij het onderhavige verzoek, omdat de vordering uit onrechtmatige daad niet ontvankelijk zal worden verklaard. Tegen de ontbindingsbeschikking van 19 augustus 2014 stond immers binnen drie maanden het rechtsmiddel herroeping open stond en [verzoekster] heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daar komt bij dat het ontslag van [verzoekster] niet alleen gebaseerd was op de beweerdelijke valse verklaring, maar tevens op het door [verzoekster] in strijd met de bedrijfsregels verzilveren van cheques, waardoor BCC het vertrouwen in [verzoekster] had verloren. Dit heeft tot gevolg, dat zelfs indien in rechte zou komen vast te staan dat de verklaring van mevrouw [naam mevrouw] valselijk was, dan nog zou het handelen van BCC niet onrechtmatig zijn geweest, omdat het ontslag gestoeld was op meerdere gronden. 3.4 Nu [verzoekster] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij in de kosten van de procedure veroordeeld. 4DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 4.1 wijst het verzoek af; 4.2 veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van BCC tot op heden begroot op Afl. 1.800,00. Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 28 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.