Vonnis van 18 mei 2016 Behorend bij A.R. 2232 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiser, te Aruba, hierna ook te noemen: Eiser, gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn, tegen: de naamloze vennootschap RBC ROYAL BANK (ARUBA) N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: RBC, gemachtigde: de advocaat mr. M.L.J.J.P. Willems. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie; - de conclusie van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie; - de conclusie van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie; - de conclusie van dupliek in reconventie. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE 2.1 Bij brief van 16 oktober 2009 heeft RBC aan Eiser bevestigd dat zij hem meerdere leningsfaciliteiten ter beschikking stelde, een en ander “under cancellation of all previous credit agreements”. Dat betrof een “overdraft facility I” voor Afl. 40.000,, een lening voor de aankoop van een Chevrolet voor Afl. 51.847,34 pro resto (facility II), een lening “to consolidate outstanding balances” voor Alf. 597.000, (facility III) en een creditcard voor maximaal US$ 5.000, (facility IV). 2.2 Aan de kredietfaciliteiten zijn door Eiser verstrekte zekerheden verboden. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE 3.1 Eiser vordert in conventie verklaring voor recht dat RBC onrechtmatig heeft gehandeld, “mede vanwege het niet cfr [?] de toezeggingen bedoeling meenemen van alle de op het moment van consolidatie aanwezige schulden en kredietrekeningen van dat de RBC aansprakelijk is voor alle hieruit voortvloeiende schade”, met veroordeling van RBC tot vergoeding daarvan, met veroordeling van RBC tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Eiser grondt de vordering, voor zover het gerecht de stellingen begrijpt, erop dat RBC door hem uitgeschreven cheques niet heeft verzilverd wegens overschrijding van de “overdraft facility” van Afl. 40.000,. “In principe wordt hiermee de bankrekening (…) bevroren en kan [Eiser] zijn bedrijfsvoering niet lange middels deze bankrekening uitoefenen”, aldus Eiser. Eiser verwijt RBC dat “een krediet limiet” (de “overdraft facility”) en de creditcard niet “mee geconsolideerd” zijn waardoor Eiser een betalingsachterstand kreeg. Eiser heeft erop vertrouwd dat hij “met schone lei zijn bedrijfsvoering zou kunnen voortzetten”. RBC heeft “sedert het moment van consolidatie op 16 oktober 2009, waarbij Eiser voor het bedrag van Awg 48.466,88, rood stond, Eiser toegestaan boven het limiet van Awg 40.000,00 te werken en bij Eiser het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt, dat Eiser was toegestaan, gelijk in het verleden het geval was, om boven de credit facility/overdraft van Awg. 40.000,00 te werken”; in maart 2010 houdt RBC daar opeens mee op, aldus nog steeds Eiser. Onder druk zag Eiser zich genoodzaakt zijn woning aan de [adres] onderhands te verkopen. Hij had verwacht daarna in de gelegenheid te worden gesteld om de bedrijfsactiviteiten voort te zetten maar RBC heeft de executie van zijn bedrijfspand [perceel nummer] doorgezet. 3.3 RBC voert hiertegen verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van Eiser in de proceskosten. 3.4 RBC vordert in reconventie – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Eiser tot betaling van Afl. 442.147,61, te vermeerderen met Afl. 273.039,92 aan rente en 10% rente per jaar vanaf 6 januari 2015 en Afl. 10.000, incassokosten, met veroordeling van Eiser tot vergoeding van de proceskosten en de wettelijke rente daarover vanaf 15 dagen na betekening van dit vonnis. 3.5 RBC grondt de vordering erop dat Eiser toerekenbaar tekortkomt in de nakoming van de uit de overeenkomst(en) van geldlening voortvloeiende betalingsverplichting. 3.6 Eiser voert tegen de vordering in reconventie verweer, met vordering tot veroordeling van RBC in de proceskosten. 4DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE 4.1 Naar de kern genomen betoogt Eiser dat hem, mede in verband met problemen rond de verbouwing van zijn bedrijfspand, Afl. 40.000, extra kredietruimte had moeten worden verschaft binnen de consolidatie van oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.