← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:49

Beschikking van 26 januari 2016 behorend bij EJ nr. 975 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen [de moeder], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara, en [de vader], wonende in Nederland, VERWEERDER, hierna te noemen: de vader, gemachtigde: [grootvader] (grootvader v/z). Belanghebbende: [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De eerdere procedure blijkt uit de tussenbeschikking van dit gerecht van 1 september 2015, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening over de behoefte aan en de draagkracht voor een bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige kenbaar te maken. De verdere procedure blijkt uit: - de op 12 oktober 2015 namens de vader overgelegde stukken; - de door de moeder overgelegde “kosten en baten analyse”; - de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling op 24 november 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde. De uitspraak is hierna nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Ouders zijn wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Uitgangspunt is dat het bij de bepaling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige niet alleen aankomt op het inkomen dat hij heeft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden redelijkerwijs in de naaste toekomst te verwerven. Vanwege de onderhoudsplicht jegens de kinderen dient de onderhoudsplichtige zich voorts te onthouden van gedragingen die er toe leiden dat hij zijn alimentatieverplichtingen niet meer kan nakomen. De onderhoudsplichtige dient dan ook de belangen van de kinderen in acht te nemen wanneer hij keuzes maakt die zijn draagkracht negatief kunnen beïnvloeden en derhalve tot gevolg kunnen hebben dat hij niet meer (volledig) aan zijn alimentatieverplichtingen kan voldoen. Kosten minderjarige 2.2 De moeder heeft gesteld dat zij maandelijks Afl. 668,- uitgeeft ten behoeve van de minderjarige. Dit is door de vader niet, althans onvoldoende bestreden, zodat het gerecht de kosten van de minderjarige zal bepalen op (afgerond) Afl. 670,- per maand. Draagkracht moeder 2.3 Ter zitting heeft de moeder gesteld dat zij in september 2015 ongeveer twee weken heeft gewerkt als taxichauffeur, en dat het de bedoeling is dat zij – nadat zij voldoende is hersteld na een in september/oktober ondergane operatie – haar werkzaamheden als taxichauffeur zal hervatten. Hiermee zal zij een inkomen genereren van gemiddeld US$60,- (Afl. 108,-) per dag. Uitgaande van een zesdaagse werkweek zal dat betekenen dat de moeder een maandelijks inkomen zal hebben van ((6 x 52 x $60 x 1,8) : 12=) Afl. 2.808,-. Wat betreft de lasten, houdt het gerecht rekening met een forfaitair bedrag voor het eigen levensonderhoud van Afl. 1.400,- per maand. Met de door de moeder opgevoerde aflossing van een lening bij de Caribbean Mercantile Bank NV (Afl. 588) houdt het gerecht geen rekening, nu deze verder niet (met stukken) is onderbouwd. Het voorgaande houdt in dat de moeder maandelijks een bedrag zal overhouden van Afl. 1.408,-. Draagkracht vader 2.4 De vader is sinds augustus 2014 voltijds student in Nederland en ontvangt studiefinanciering ad € 874,17 per maand. Voorts heeft hij voldoende onderbouwd aangevoerd dat zijn maandelijkse vaste lasten € 1.173,95 (inclusief een post “ontspanning” ad € 50) bedragen. Ter zitting heeft de grootvader v/z verklaard, dat hij, grootvader v/z, bijdraagt in de kosten van levensonderhoud en studie van de (inmiddels 24-jarige) vader. 2.5 Gelet op het bovenstaande en nu gesteld noch gebleken is dat de vader in verband met zijn studie niet deeltijds zou kunnen werken, is het gerecht van oordeel dat de vader in staat moet worden geacht om gedurende zijn studie, met een bedrag van € 50 per maand, bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het gerecht zal hem daartoe veroordelen. 2.6 De proceskosten zullen worden gecompenseerd. DE BESLISSING Het gerecht: veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 januari 2016 te betalen een bedrag van € 50,- per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren op [datum] 2013 in Aruba, compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt, wijst af het meer of anders verzochte. Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 26 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.