Vonnis van 24 augustus 2016 Behorend bij A.R. no. 915 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiseres, wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Eiseres, gemachtigde: de advocaat mr. G.B. Wever, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA, zetelend in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: het Land, gemachtigde: dhr. A. Lumenier. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de conclusie van antwoord, met producties; -de conclusie van repliek; -de conclusie van dupliek. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Na vermindering van eis vordert Eiseres dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. voor recht verklaart dat het Land jegens Eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door het nemen van het intrekkingsbesluit van 24 mei 2010; b. het Land veroordeelt om ten titel van schadevergoeding uit hoofde van voormelde onrechtmatige daad te betalen aan Eiseres Afl. 419.151,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 4 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening; c. het Land veroordeelt in de proceskosten. 2.2 Het Land voert verweer en concludeert dat Eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1.1 Vast staat tussen partijen het volgende. Bij Landbesluit van 4 januari 2010, no. 8, is Eiseres met ingang van 6 oktober 2009 benoemd als ambtenaar in tijdelijke dienst bij de griffie van dit Gerecht in de functie van gerechtsdeurwaarder, in de rang van klerk, met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 30.840,-- per jaar en de pensioengrondslag op Afl. 30.840,--. 3.1.2 Bij Landbesluit van 24 mei 2010, no. 1, heeft de Gouverneur van Aruba (hierna: de Gouverneur) op voordracht van de Minister van Justitie en Onderwijs het Landsbesluit van 4 januari 2010 ingetrokken en Eiseres in tijdelijke dienst benoemd als ambtenaar in de functie van assistent in de administratie in de rang van klerk bij de griffie van dit Gerecht met vaststelling van de bezoldiging op Afl. 30.840,-- per jaar en de pensioengrondslag op Afl. 30.840,--. Het tegen dat besluit (hierna: het intrekkingsbesluit) door Eiseres ingestelde bezwaar is bij uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van 27 oktober 2010 gegrond verklaard en is het intrekkingsbesluit nietig verklaard. Die nietigverklaring is vervolgens voor gedekt verklaard waarbij is bepaald dat de gevolgen van het nietige besluit geheel in stand blijven. Bij dit alles heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken de Gouverneur veroordeeld tot betaling aan Eiseres van een schadevergoeding ad Afl. 10.000,--. 3.1.3 De Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (hierna: de Raad) heeft bij zijn uitspraak van 12 oktober 2012 (hierna: de uitspraak) onder meer voormelde uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken en het intrekkingsbesluit vernietigd. De uitspraak vermeldt onder meer het volgende, waarbij heeft te gelden dat de onderstreping is aangebracht door het Gerecht: “(…). 2.12 Ten aanzien van het verzoek om schade door Eiseres overweegt de Raad nog het volgende. Eiseres heeft gewezen op het mislopen van commerciële in komsten die zij als deurwaarder naast haar bezoldiging als ambtenaar zou hebben ontvangen. De Raad overweegt dienaangaande dat Eiseres sinds 6 oktober 2009 het bij haar aanstellingsbesluit als gerechtsdeurwaarder vastgestelde salaris ontvangt. Zij heeft evenwel vanaf deze datum geen werkzaamheden meer verricht. Van betrokkene mag bij indiensttreding en bezoldiging worden verwacht dat zij zich bij haar werkgever meldt om te werk te worden gesteld. Van betrokkene mag daarbij een pro-actieve houding worden verwacht. Dat sprake is van een intrekkingsbesluit waarbij haar dienstverband inhoudelijk is veranderd ontslaat haar niet van deze verplichting. De Raad is niet gebleken dat Eiseres zich bij haar (juiste) werkgever heeft gemeld om tewerk gesteld te worden. 2.13 Gegeven het vorenstaande is de Raad van oordeel dat Eiseres door het betalen van haar salaris en de vaststelling van haar pensioengrondslag conform haar aanstellingsbesluit als gerechtsdeurwaarder, niet te kort is gedaan. Voor een schadevergoeding ziet de Raad geen grondslag. (…).”. 3.2.1 Ter zake van de vraag of Eiseres in het licht van vorenstaande al dan niet ontvankelijk is in haar vorderingen wordt het volgende overwogen. Anders dan Eiseres primair stelt is het Gerecht van oordeel dat uit het hiervoor geciteerde deel van de uitspraak blijkt dat ook het verzoek van Eiseres om vergoeding van schade als gevolg van het mislopen van commerciële deurwaardersactiviteiten (hierna: het verzoek) is afgewezen door de Raad, die zich kennelijk bevoegd heeft geoordeeld om ook kennis te nemen van en te oordelen over die vordering. Tegen die achtergrond stelt Eiseres dat de procedure die heeft geleid tot de uitspraak wat betreft (de afwijzing van) het verzoek niet was omkleed met voldoende waarborgen, omdat het verzoek is afgewezen zonder Eiseres in de gelegenheid te stellen om zich te verweren en aanvullende informatie bij te brengen. Sprake is volgens Eiseres van strijdigheid met het in het EVRM neergelegde beginsel van fair trial. Meer in het bijzonder is volgens Eiseres het beginsel van hoor en wederhoor te dezen niet in acht genomen door de Raad, hetgeen heeft geleid tot de hiervoor vermelde onderstreepte - uit eigen beweging van de Raad aangenomen feitelijk - onjuiste assumpties, waarop de Raad de afwijzing van het verzoek heeft gebaseerd. Eiseres wijst ter weerlegging van die assumpties op haar als productie 2 bij repliek overgelegde brief aan de President van het Hof van 13 oktober 2010, uit welke brief blijkt - en dat staat verder vast tussen partijen - dat Eiseres die president
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.