Vonnis van 7 september 2016 Behorend bij B.B. 2491 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap AANIC LEGAL SERVICES, TRADEMARKS & CONSULTANCY N.V. , gevestigd te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Aanic, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen: Gedaagde , wonende in Aruba te [woonadres], GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Gedaagde, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende processtukken/proceshandelingen: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 oktober 2015; - het verweerschrift van 23 december 2015; - de conclusie van repliek van 6 april 2016; - de op 8 juni 2016 aan Aanic verleende akte dat Gedaagde niet heeft gedupliceerd. Vonnis is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Aanic heeft aan Gedaagde (juridische) diensten verleend. 2.2 Gedaagde is tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit dien hoofde. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Aanic vordert veroordeling van Gedaagde tot betaling van $ 1.897,03, althans de tegenwaarde in Arubaanse courant, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2015, voorts te vermeerderen met de 15% gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Gedaagde voert verweer tegen de buitengerechtelijke incassokosten. 4DE BEOORDELING 4.1 Gedaagde erkent dat hij in gebreke is in de nakoming van zijn betalingsverplichting maar betwist de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering komt derhalve voor toewijzing in aanmerking. 4.2 Aanic heeft met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten gesteld dat de verschuldigdheid daarvan voortvloeit uit de maandelijkse aanmaningen die worden verstuurd naar Gedaagde. Nu Gedaagde, ondanks het feit dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen verweer hiertegen heeft gevoerd, zal het gerecht ook dit deel van de vordering toewijzen. 4.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde de proceskosten van Aanic moeten vergoeden, welke tot op heden zijn begroot op Afl. 100,- aan griffierecht en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde (2 punt van liquidatietarief 2, ad Afl. 250,- per punt), zijnde in totaal Afl. 600,-. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Aanic van een bedrag van $ 1,897,03, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant tegen de koers geldende op de dag van betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2015, voorts te vermeerderen met de incassokosten zijnde $ 284,55, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant tegen de koers geldende op de dag van betaling, veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aanic worden begroot op Afl. 600,-, verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Schendel, rechter, en werd uitgesproken door mr. W.J. Noordhuizen, ter openbare terechtzitting van woensdag 7 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.