← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:602

Vonnis van 7 september 2016 Behorend bij B.B. 1795 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiser, wonende te Aruba, EISER, hierna ook te noemen: Eiser, gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez, tegen: Gedaagde , wonende te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Gedaagde, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 17 augustus 2015; - het verweerschrift van 20 januari 2016; - de conclusie van repliek van 6 april 2016; - op 8 juni 2016 is akte niet dienen verleend aan Gedaagde, nadat hij geen gebruik had gemaakt van de gelegenheid om een conclusie van dupliek in te dienen. Vonnis is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Op 15 januari 2010 heeft Gedaagde een auto merk “[merk model]” met kenteken A-[kentekennummer] van Eiser geleend. 2.2 Op 16 januari 2010 heeft Gedaagde op onverantwoordelijke c.q. roekeloze wijze de macht over het stuur van de auto verloren en is vervolgens in een rooi van zoutwater te [buurt] terecht gekomen. 2.3 Op 16 januari 2010 heeft Gedaagde een verklaring ondertekend. In die verklaring staat onder meer het volgende vermeld: “Mi ta di acuerdo y lo mi paga e suma total di awg. 3.000,- mas e gasto nan envolvi pa saca e auto for di den awa salu cual ta suma na Awg. 175,00 dentro di un siman despues despues di dia 16 januari 2010. si esey no ta e caso lo mi tin cu paga 2% intrest extra riba e suma di Awg 3.175,00 pa luna mas tur e gastonan di corte etc. te dia cu e suma di awg. 3.175,00 wordo cancela completamente.” 2.4 Gedaagde is de uit die verklaring voortvloeiende betalingsverplichtingen niet nagekomen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Eiser vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Gedaagde tot betaling van Afl. 3.175,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2014 voorts te vermeerderen met de 15% overeengekomen en gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten. Eiser stelt dat Gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld en op grond van de door Gedaagde ondertekende verklaring gehouden is het gevorderde bedrag te betalen. 3.2 Gedaagde voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Eiser gevorderde. Gedaagde geeft onder meer aan dat het de bedoeling was dat Gedaagde de auto overgedragen zou krijgen. Verder voert Gedaagde aan dat hij altijd bereid was de schade te vergoeden, zijnde het verschil tussen de waarde van de auto destijds en de prijs waarvoor Eiser de auto zou hebben doorverkocht. 4DE BEOORDELING 4.1 Gedaagde heeft zich middels de door hem ondertekende verklaring jegens Eiser verbonden om de gevorderde hoofdsom te betalen. Gedaagde heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen ter onderbouwing van zijn (door Eiser voldoende gemotiveerd betwiste) stellingen dat Gedaagde de auto overgedragen zou krijgen en hij, in weerwil van de door hem ondertekende verklaring, slechts het verschil tussen de waarde van de auto destijds en de prijs waarvoor Eiser de auto zou hebben doorverkocht verschuldigd is. Nu Eiser voorts voldoende recht op en belang bij toewijzing van zijn vordering heeft, zal het gevorderde worden toegewezen. 4.2 De gevorderde, door Gedaagde betwiste, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij daadwerkelijk buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier, voor welke verrichtingen de proceskostenveroordeling al een vergoeding insluit. Eiser heeft ter onderbouwing van de door hem gemaakte buitengerechtelijke incassokosten slechts een enkele herhaalde aanmaningsbrief, als hiervoor bedoeld, in het geding gebracht. 4.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde de proceskosten van Eiser moeten vergoeden, welke tot op heden zijn begroot op Afl. 50,- aan griffierecht en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 2, ad Afl. 250,- per punt). 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van een bedrag van Afl. 3.175,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2014, veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure die tot de datum van uitspraak aan de kant van Eiser worden begroot op Afl. 50,- aan griffierecht en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde, verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.