Vonnis in kort geding van 9 september 2016 Behorend bij K.G. 2135 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: Vrouw, te Aruba, hierna ook te noemen: Vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper, tegen: Man, te Aruba, hierna ook te noemen: Man, gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand, en de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA, te Aruba, hierna ook te noemen: Land Aruba, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia, tezamen ook te noemen: Man c.s. DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de pleitnota van Vrouw; - de pleitnota van Land Aruba; - de aantekeningen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 september 2016. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Vrouw is belast met het éénhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige], geboren [geboortedatum], verder; de minderjarige. 2.2 De minderjarige is erkend door Man. 2.3 Vrouw wenst met de minderjarige en een dochter uit een andere relatie te remigreren naar Zwitserland. Op 30 augustus 2016 heeft de immigratiedienst van Land Aruba de minderjarige belet uit te reizen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Vrouw vordert – kort gezegd - Man c.s. te gebieden om Vrouw met haar gezin, de minderjarige en haar dochter, af te reizen naar Zwitserland. 3.2 Vrouw grondt de vordering erop dat zij het eenhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent en het in het belang van de minderjarig is om naar Zwitserland te verhuizen. 3.3 Man c.s. voeren hiertegen verweer. 3.4 In reconventie vordert Man – kort gezegd – een uitreisverbod en een tijdelijke gezagsvoorziening. 3.5 Vrouw voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 De vordering in conventie is spoedeisend en zal worden toegewezen. Voorop staat dat Vrouw het éénhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent. Zij beslist dus primair wat het meest in het belang van de minderjarige is. Niet gebleken is dat het belang van de minderjarige meer gediend is bij een voortdurend verblijf in Aruba dan een verhuizing naar Zwitserland. Vrouw heef een baan in Zwitserland en de kinderen moeten daar zo snel mogelijk naar school. 4.2 Daarbij komt dat niet weersproken is dat Vrouw altijd al op enige termijn zou remigreren naar Zwitserland. Dat zij nu zou verhuizen heeft Vrouw dan ook niet voor Man en/of de Voogdijraad verborgen gehouden. 4.3 Uiteraard zal de verhuizing naar Zwitserland de omgangsregeling moeilijk maken. Niet gebleken is evenwel dat verdere omgang in Aruba of Zwitserland en in beperkte mate via telecommunicatiemiddelen onmogelijk wordt. 4.4 Onvoldoende aannemelijk is dat Man met het eenhoofdig gezag over de minderjarig zal worden belast of Vrouw en Man gezamenlijk de ouderlijke macht over de minderjarige zullen uitoefenen. 4.5 Uit het voorgaande vloeit voort dat Land Aruba geen grond heeft om het uitreizen van de minderjarige te beletten. 4.6 Uit het voorgaande vloeit ook voort dat de reconventionele vordering zal worden afgewezen. In reconventie zijn geen kosten gemaakt en wordt het gemachtigdensalaris begroot op nihil. 4.7 Als de in het ongelijk te stellen partijen zullen Man c.s. (deels hoofdelijk) tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld. 4.8 De rechter in kort geding zal de gevorderde dwangsom (ambtshalve) matigen en maximeren zoals hieronder aangegeven. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: gebiedt Man c.s. om Vrouw te laten uitreizen met haar gezin, te weten de minderjarige en de dochter van Vrouw, op straffe van een onmiddellijk na betekening van dit vonnis te verbeuren dwangsom van Afl. 1.000, per uur dat Man c.s., tezamen en alsdan hoofdelijk, of ieder voor zich en alsdan alleen die gedaagde die het gebod overtreedt, Vrouw verhinderen met haar gezin uit te reizen nadat zij zich daartoe bij de immigratiedienst van het vliegveld meldt, met een maximum van Afl. 100.000,; wijst de reconventionele vordering af; veroordeelt Man c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Vrouw worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht en Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde en aan explootkosten ten laste van Man Afl. 256,70 en ten laste van Land Aruba Afl. 256,70; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 9 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.