Beschikking van 13 september 2016 behorend bij EJ nr. 1075 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [X], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de dochter, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce, om ondercuratelestelling van haar moeder [Y], wonende in Aruba, te [adres], GEREKESTREERDE, hierna te noemen [Y]. Belanghebbenden: 1. [A]hierna: de zoon, gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch, 2. [B]de broer. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 17 mei 2016; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 augustus 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de dochter bijgestaan door haar gemachtigde, [Y] in persoon, de zoon bijgestaan door zijn gemachtigde en de broer in persoon. De uitspraak is bepaald op heden. 2HET VERZOEK 2.1 Het verzoek strekt ertoe dat [Y] onder curatele wordt gesteld met benoeming van de dochter tot curatrice. Daartoe wordt aangevoerd dat [Y] wegens een geestelijke stoornis niet in staat is om haar belangen behoorlijk waar te nemen. 2.2 De zoon is het niet eens met het verzoek en heeft op zijn beurt primair verzocht om onderbewindstelling ex artikel 1: 431 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW), met benoeming van hem en de dochter tot bewindvoerders. Subsidiair heeft hij verzocht om samen met de dochter tot curator te worden benoemd, en meer subsidiair om een omgangsregeling tussen hem en [Y] te bepalen. 3DE BEOORDELING 3.1 Ingevolge artikel 1:378 BW kan een meerderjarige onder curatele gesteld worden wegens een geestelijke stoornis waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. 3.2 Uit de verklaringen van de dochter, de andere familieleden, de internist-ouderengeneeskunde dr. [Z] en de ondervraging van [Y] is gebleken dat zij lijdt aan dementie type M. Alzheimer en wegens een geestelijke stoornis niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen. Het verzoek tot ondercuratelestelling is dan ook voor toewijzing vatbaar. Voor een onderbewindstelling is gelet hierop dan ook geen aanleiding. 3.3 Vervolgens rijst de vraag wie de curator(
- en)dient (dienen) te zijn. Uit artikel 1:383 BW, derde lid, volgt dat, in dit geval, bij voorkeur een van de kinderen of de broer van de betrokkene tot curator wordt benoemd. Gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval is het gerecht van oordeel dat de benoeming van de dochter het meest strookt met de belangen van [Y]. Daarvoor is in het bijzonder redengevend de verwaarloosde toestand waarin [Y] in mei 2016 door de politie bij haar thuis, waar ook de zoon woonde, is aangetroffen, de omstandigheid dat de zoon de belangen van [Y] – zowel persoonlijke als vermogensrechtelijke – onvoldoende heeft behartigd, alsmede de omstandigheid dat de zoon en de dochter niet met elkaar (kunnen of willen) communiceren. Voor benoeming van een tweede curator, ziet het gerecht dan ook geen aanleiding. 3.4 Ter zake het verzoek van de zoon om een omgangsregeling tussen hem en [Y] vast te stellen, overweegt het gerecht dat dit verzoek niet kan worden toegewezen, nu een wettelijke grondslag voor een dergelijke omgangsregeling tussen een volwassen kind en zijn ouder(
- s)ontbreekt. Ter zitting heeft de dochter te kennen gegeven geen bezwaar te hebben dat de zoon [Y] bezoekt, mits de bezoeken op van tevoren afgesproken tijden plaatsvinden. De zoon en de dochter zullen de bezoekuren onderling moeten afspreken. 3.5 De curatrice dient ingevolge artikel 1:386 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto artikel 1:338 BW binnen acht weken na aanvang van haar taak als curatrice een schriftelijke opgave ter griffie van dit gerecht te doen van de bij het begin van de curatele aanwezige gerede gelden, effecten aan toonder en spaarbankboekjes. De curatrice dient voorts binnen acht maanden na aanvang van haar taak als curatrice ter bevestiging van haar deugdelijkheid een door haar ondertekende boedelbeschrijving bij de griffie van dit gerecht in te dienen. In de boedelbeschrijving is begrepen opgave van de wijzigingen in de samenstelling van het vermogen tot het ogenblik dat zij wordt opgemaakt. De zaak zal voor het overleggen van de boedelbeschrijving naar een hierna te noemen zitting worden verwezen. 4DE BESLISSING Het gerecht: stelt [Y], geboren op [datum] 1950 in Aruba, onder curatele, benoemt over de onder curatele gestelde tot curatrice haar dochter, [X], geboren op [datum] 1970 in Nederland en wonende in Aruba, bepaalt dat deze uitspraak vanwege de curatrice binnen tien
(10)dagen nadat deze ten uitvoer kan worden gelegd, wordt geplaatst in de Landscourant van Aruba, alsmede in de dagbladen “DIARIO” en “AMIGOE DI ARUBA”, verwijst de zaak naar de rol van dinsdag, 13 december 2016 om 8.30 uur, voor overlegging van de boedelbeschrijving zijdens de curatrice, wijst af het meer of anders gevorderde. Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag, 13 september 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.