Beschikking van 20 september 2016 behorend bij EJ nr. 819 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak tussen: [eiseres], wonende in Aruba, verzoekster, hierna te noemen [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, en: [naam bedrijf] VBA, gevestigd in Aruba, verweerster, hierna te noemen [naam bedrijf], gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 11 april 2016, het verweerschrift, ingediend op 28 juni 2016, de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en verweerster bij haar directeur [naam directeur] en bijgestaan door haar gemachtigde. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 [ eiseres] is op 1 november 2015 in opdracht van [naam bedrijf] schilderwerkzaamheden gaan verrichten in hotel [naam hotel] tegen een uurloon van Afl. 12,
- 2.2 [ eiseres] heeft van 1 november 2015 tot 12 december 2015 haar werkzaamheden verricht, zonder dat [naam bedrijf] haar loon heeft doorbetaald. 2.3 Op 12 december 2015 heeft [eiseres] haar werkzaamheden neergelegd en beroept zij zich op een opschortingsrecht. 2.4 Op 12 december 2015 heeft [naam hotel] [naam bedrijf] gesommeerd het bouwterrein te verlaten en heeft [naam principaal] de overeenkomst met [naam bedrijf] opgezegd. 2.5 [ naam bedrijf] heeft [naam principaal] in rechte betrokken, teneinde betaling af te dwingen. 3HET VERZOEK 3.1 [ eiseres] verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, haar salaris door te betalen vanaf 1 november 2015 tot de dag dat het dienstverband is geëindigd en met veroordeling van [naam bedrijf] in de kosten van de procedure. 3.
- Aan dit verzoek legt [eiseres] het volgende - samengevat - ten grondslag. [eiseres] heeft haar verplichtingen vanaf 12 december 2015 opgeschort, omdat [naam bedrijf] haar salaris niet meer uitbetaalde. Het dienstverband is nimmer geëindigd, aldus maakt [eiseres] aanspraak op loondoorbetaling tot het einde van het dienstverband. 3.3 [ naam bedrijf] voert verweer dat bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 [ naam bedrijf] betwiste aanvankelijk dat [eiseres] werkzaamheden voor haar had verricht, doch ter zitting heeft [naam bedrijf] dit standpunt verlaten. 4.2 Onduidelijk is of tussen partijen een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Wat hiervan verder ook zij, deze vraag behoeft geen verdere beantwoording, nu uit de uitspraken in de zaken E.J. 817 en 818 van 2016 blijkt dat er na 12 december 2015 geen aanspraak bestaat op loonbetaling, ongeacht de vraag of [eiseres] werkzaam was op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan wel een mondelinge arbeidsovereenkomst, waarop de regels ten aanzien van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van toepassing zijn. In beide gevallen eindigt de verplichting tot doorbetaling van [naam bedrijf] op 12 december
- 4.3 [ naam bedrijf] heeft ter zitting aangeboden om een berekening te maken van hetgeen zij nog verschuldigd is aan [eiseres]. Hiertoe zal zij in de gelegenheid worden gesteld. De zaak wordt dan ook verwezen naar de rol van dinsdag 18 oktober 2016 voor akte onderbouwing verschuldigd loon aan [eiseres] over de periode 1 november 2015 tot 12 december 2015 aan de zijde van [naam bedrijf]. 4.4 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5DE BESLISSING het gerecht: 5.1 verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 18 oktober 2016 voor akte uitlating aan de zijde van [naam bedrijf] met betrekking tot het verschuldigde bruto loon aan [eiseres] over de periode 1 november 2015 tot 12 december 2015; 5.2 bepaalt dat [eiseres] aansluitend in de gelegenheid wordt gesteld om een contra-akte te nemen; 5.3 houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 20 september 2016 in tegenwoordigheid van de griffier. Inhoudsindicatie: civiel-ej-arbeid.