← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:66

Vonnis van 10 februari 2016 Behorend bij A.R. 1291 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Island Finance, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: [naam], te Aruba, hierna ook te noemen: G*, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis; - de comparitie van partijen en de daarvan gemaakte aantekeningen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Island Finance en G* hebben een overeenkomst van geldlening gesloten. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Island Finance vordert uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van G* tot betaling van Afl. 13.740,63, te vermeerderen met rente en incassokosten, met veroordeling van G* tot vergoeding van de proceskosten waaronder de beslagkosten. 3.2 Island Finance grondt de vordering erop dat G* toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. 3.3 G* voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 Ter zitting erkent G* de schuld. Hij wil graag een betalingsregeling treffen en daarvoor met Island Finance overeenkomen dat het beslag op het loon wordt verminderd. Island Finance wil daaraan, binnen redelijke marges, wel meewerken maar vraagt vonnis voor de zekerheid en omdat anders het beslag vervalt. Partijen de nadere regeling onderling bespreken. 4.2 Island Finance heeft te kennen gegeven dat de zegelkosten door de deurwaarder meegenomen worden in de opgave van de explootkosten. 4.3 Voldoende aannemelijk is dat Island Finance buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt die overigens redelijk voorkomen. 4.4 De vordering komt voor toewijzing in aanmerking. Als de in het ongelijk te stellen partij zal G* de proceskosten van Island Finance moeten vergoeden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt G* tot betaling aan Island Finance van een bedrag van Afl. 13.740.63, te vermeerderen met 1,5% rente per maand vanaf 30 april 2014 tot een maximum van Afl. 11.823,75 is bereikt en na het bereiken van dat maximum te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom en te vermeerderen met Afl. 2.061,09 aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt G* in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 750, aan griffierecht, Afl. 611,65 aan explootkosten en Afl. 12.250, aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.