← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:701

Vonnis van 28 september 2016 Behorend bij A.R. nr. 1108 van

  1. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ROBERTSON FIRE PROTECTION N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Robertson, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp, tegen: de naamloze vennootschap FELIPE CONSTRUCTION & CONSULTANCY N.V., gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: Felipe, gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 28 oktober 2015 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 27 november
  2. Robertson is toen verschenen bij mr. A.E. Barrios, die occupeerde voor haar gemachtigde. Felipe is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door [naam 1] en [naam 2] (beiden managing director bij Felipe). Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, Robertson mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Robertson heeft ter zitting een akte gediend houdende een vermindering van eis. Felipe heeft tegen die eisvermindering geen bezwaar ingesteld. 1.2 Na afloop van de comparitie heeft de rechter de zaak verwezen naar de rol voor re- en dupliek. 1.3 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -de op 27 november 2015 door Robertson genomen akte houdende een vermeerdering van eis; -de door Robertson genomen conclusie van repliek tevens houdende een vermeerdering van eis, met producties; -de door Felipe genomen conclusie van dupliek, met producties; -de op 29 juni 2016 door Robertson genomen akte uitlatingen producties tevens houdende een vermindering van eis. 1.4 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Robertson vordert krachtens zijn laatste wijziging van eis dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Felipe veroordeelt: -om aan Robertson te betalen Afl. 78.390,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met Afl. 10.000,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijk gemaakte incassokosten; -in de proceskosten. 2.2 Felipe voert verweer. Bij gelegenheid van antwoord concludeert zij als volgt: “DAT HET MITSDIEN U E.G.A. moge behagen dat Felipe thans verschuldigd is het bedrag van Afl [GEA: 88.340,50] en het verzoek van Robertson voor wat betreft incassokosten en rente af te wijzen en de proceskosten te compenseren.”. Bij gelegenheid van dupliek concludeert Felipe anderszins en wel als volgt: “DAT HET MITSDIEN U E.G.A. moge behagen dat Felipe thans verschuldigd is het bedrag van Afl. 38.390,-- en het verzoek van Robertson voor wat betreft incassokosten en rente af te wijzen en de proceskosten te compenseren.”. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Zoals in het tussenvonnis overwogen onder 2.5 heeft Felipe erkend dat zij uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst tot levering, uitbreiding en installatie van een sprinklersysteem in elk geval Afl. 88.340,50 verschuldigd is aan Robertson. Die erkenning betreft een erkentenis in de zin van het eerste lid van artikel 133 Rv, die krachtens het tweede lid van dat artikel alleen kan worden herroepen indien aannemelijk is dat die door een dwaling of niet in vrijheid is afgelegd. Gesteld noch is gebleken is echter dat dit één of ander het geval is. Vast staat daarom dat Felipe Afl. 88.340,50 opeisbaar verschuldigd is aan Robertson. 3.3 Nu het in hoofdsom door Robertson gevorderde bedrag lager is dan het bedrag waarvan vaststaat dat Felipe dat verschuldigd is aan Robertson zal die vordering van Robertson worden toegewezen. De over dat bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, met dien verstande dat de dag der indiening van het verzoekschrift als ingangsdatum van die rente in aanmerking zal worden genomen nu de door Robertson verzochte ingangsdatum daarvan te vaag en te onbepaald is. Daar komt nog bij dat Robertson niet heeft gesteld dat en wanneer precies Felipe ter zake van betaling van het nog aan Robertson verschuldigde bedrag in verzuim is geraakt. 3.4 De vordering ter zake van vergoeding voor buitengerechtelijk gemaakte incassokosten zal worden afgewezen, omdat Robertson Felipe buiten rechte telkens heeft gesommeerd tot betaling van een veel hoger bedrag (vrijwel het dubbele) dan het bedrag dat Felipe verschuldigd blijkt te zijn aan Robertson. Het is naar het oordeel van het Gerecht onaanvaardbaar dat Robertson een vergoeding vordert voor niet juist gebleken verrichtingen ter verkrijging van voldoening buiten rechte. 3.5 In het verloop van deze procedure (met name de ten opzichte van de hoogte van aanvankelijke vordering na vele eiswijzingen veel lagere definitieve vordering van Robertson) en de uitkomst daarvan - partijen zijn over en weer in het (on)gelijk gesteld - ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt. 4DE BESLISSING Het Gerecht: -veroordeelt Felipe om aan Robertson te betalen Afl. 78.390,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 25 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening; -verklaart voormelde voordeling uitvoerbaar bij voorraad; -compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt; -wijst af het meer of anders verzochte. Dit vonnis is gewezen door mr. mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.