Beschikking van 1 november 2016 Behorend bij EJ. nr. 1313 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op verzoek van: [de oma], de grootmoeder moederszijde, wonende in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: de advocaat mr.Z.T.M. Marchena, tegen: [de moeder] en [de vader], beide wonende in Colombia, VERWEERDERS, niet verschenen Belanghebbenden: [de minderjarige], de minderjarige, wonende in Aruba. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, ingediend op 7 juni 2016; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. De uitspraak is terstond gedaan. 2DE FEITEN 2.1 Uit mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder) is op [datum] 1998 in Colombia geboren [de minderjarige]. De heer [de vader] (hierna: de vader) heeft de minderjarige erkend. 2.2 Op 20 augustus 2015 hebben de ouders krachtens een, in Colombia opgemaakte, bemiddelingsakte de “custodia y cuidado personal” met betrekking tot de minderjarige aan de grootmoeder toegekend. 2.3 De minderjarige verblijft, kennelijk vanaf in ieder geval 2015, bij de grootmoeder in Aruba. De minderjarige staat in Aruba als leerling ingeschreven op school. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe, naar het gerecht begrijpt, om de ouders uit het ouderlijk gezag over de minderjarige te schorsen en om de grootmoeder te benoemen tot voogdes over de minderjarige. 4DE BEOORDELING 4.1 Naar Colombiaans recht brengt erkenning van een minderjarige door de vader met zich dat de ouders het gezag over de minderjarige gezamenlijk uitoefenen. Het gerecht gaat er voorts vanuit dat de op 20 augustus 2015 opgemaakte bemiddelingsakte niet meebrengt dat reeds daarmee de voogdij over de minderjarige in de zin van artikel 1:280 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) aan de grootmoeder toekomt. Wel kan daaruit worden afgeleid dat de ouders instemmen met het verzoek van de grootmoeder. 4.2 Op basis van artikel 1:253r juncto artikel 1:253q BWA is het gezag dat aan één of beide ouders toekomt geschorst gedurende de tijd waarin één of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. Indien een ouder alleen het gezag over de minderjarige uitoefent, benoemt de rechter een voogd. 4.3 De grootmoeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat zij ter verkrijging van een verblijfsvergunning voor de minderjarige belast dient te zijn met de voogdij over de minderjarige. Voorts heeft grootmoeder verteld dat de minderjarige sinds het jaar 2011, met toestemming van zijn ouders, bij haar op Aruba verblijft. De grootmoeder heeft de minderjarige sinds zijn verblijf op Aruba verzorgd en opgevoed. De ouders van de minderjarige zijn woonachtig in Colombia en beschikken niet over de pedagogische kwaliteiten noch de financiële middelen om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. Om die reden zijn de ouders niet in staat de zorg voor en de voogdij over de minderjarige uit te oefenen, aldus de grootmoeder. 4.4 De ouders verblijven in Colombia. Dit brengt mee dat zij in de onmogelijkheid verkeren om het gezag over de minderjarige uit te oefenen. Er bestaat thans onduidelijkheid over de vraag of de ouders ooit naar Aruba zullen emigreren, of dat de minderjarige terug zal keren naar Colombia, waardoor zij hun taken als gezagsdragers ten aanzien van de minderjarige feitelijk weer zullen kunnen uitoefenen. Gelet op artikel 1:253r lid 2 BW is het gezag van de ouders op grond hiervan geschorst 4.5 Aannemelijk is dat de minderjarige in sinds 2011 door de grootmoeder wordt verzorgd en opgevoed. Voorts is gebleken dat de minderjarige voor het studiejaar 2015-2016 mooie studieresultaten heeft behaald (productie 3 van het verzoekschrift). Het voorgaande brengt mee dat het gerecht aanleiding ziet voor het oordeel dat de minderjarige gelukkig is bij grootmoeder en dat hij onder de verzorging en opvoeding van grootmoeder goed presteert. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat, aangezien het gezag van de ouders is geschorst, thans niet in het gezag is voorzien, de grootmoeder de meest gerede partij is om op de voet van artikel 1:253q BWA in verbinding met artikel 1:253r lid 1 BWA met de voogdij te worden belast. 5DE BESLISSING: Het gerecht: verstaat dat het ouderlijk gezag van [de moeder] en [de vader] over de minderjarige [de minderjarige] is geschorst; benoemt [de oma] tot voogdes over [de minderjarige] geboren in Colombia op [datum] 1998; bepaalt dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 1 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.