Vonnis van 9 november 2016 Behorend bij A.R. 1537 van 2013 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], te Curaçao, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: de advocaat mr. I. Wever, tegen: de naamloze vennootschap ARUBAANSE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: ALM, gemachtigde: de advocaat mr. Rep, en [GEDAAGDE 2] te Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde 2], gemachtigde: de advocaat mr. R.F. van den Heuvel. 1DE VERDERE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 juni 2016; - het proces-verbaal van comparitie van 2 december 2015; - de conclusie na comparitie zijdens [eiser]; - de antwoordconclusie na comparitie zijdens ALM; - de antwoordconclusie na comparitie zijdens [gedaagde 2]. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE 2.1 Tijdens de comparitie is met partijen besproken wat de aard van de overeenkomst was. [gedaagde 2] benadrukt in zijn conclusie na comparitie nog eens dat de overeenkomst wel degelijk een geheel is en niet, zoals het gerecht in overweging 4.1 van het vonnis van 3 juni 2015 besliste, een overeenkomst die bestaat uit vier samenhangende maar naar rechtsgevolg ook los te beschouwen overeenkomsten. 2.2 Het gerecht ziet geen aanleiding geheel terug te komen op die beslissing. Daartoe overweegt het gerecht, aanvullend op wat al in het tussenvonnis werd beslist, dat bij de comparitie bleek dat in wezen niet [gedaagde 2] de verkoper van de aandelen was maar de (drie) heren [naam X]. [gedaagde 2] verklaart daarover dat de heren [naam X] hun investering terug wilden en wel voor het bedrag dat zij in de onderneming hadden geïnvesteerd. Zo is de koopprijs tot stand gekomen. [eiser] wilde die aandelen wel kopen. Omdat [eiser] niet met drie aandeelhouders wilde contracteren is een (soort) ABC-constructie geconstrueerd, aldus [gedaagde 2]. Volgens [eiser] was duidelijk dat de aandelen van de heren [naam X] afkomstig waren maar werd – om een voor [eiser] onduidelijke maar kennelijk niet ter zake doende reden – gekozen voor koop en levering via [gedaagde 2]. Dat was geen punt van discussie, voor geen van beide partijen. 2.3 Naar oordeel van het gerecht sporen deze stellingen niet met een uit vier elementen bestaande overeenkomst - waarbij ook de rechtspersoon, waarvan de aandelen onderdeel van de overeenkomst zijn, betrokken is - waarvan de elementen zodanig onlosmakelijk samenhangen, dat, voor wat betreft de rechten en verplichtingen over en weer, in wezen van een enkele overeenkomst met de door ALM c.s. gepropageerde gevolgen voor het niet-nakomen van een onderdeel daarvan, sprake is. [gedaagde 2] is min of meer als toevallige tussenschakel in de aandelenkoopovereenkomst tussen de heren [naam X] en [eiser] geschoven. De heren [naam X] hadden maar één belang, hun investering terugverdienen. Zij hadden er geen belang bij om de overige drie overeenkomsten onlosmakelijk aan de aandelentransactie met betrekking tot het oorspronkelijke aandelenpakket te koppelen. De aandelen van de heren [naam X] waren in wezen nooit aandelen ‘van [gedaagde 2]’; niet anders is gebleken dan dat hij in deze aandelentransactie ‘gemakshalve’ tussengeschoven is. Het gerecht kan in het midden laten wat daarvoor precies de reden is geweest. Uit wat bij de comparitie is besproken noch uit de stukken in het geding, komt naar boven dat partijen die constructie hebben gekozen om de door [gedaagde 2] gestelde nauwe samenhang te realiseren. 2.4 Voorgaande is anders voor het pakket extra aandelen van [gedaagde 2] zelf ter grootte van 15% van het aandelenkapitaal. Het gerecht is er naar aanleiding van de comparitie van overtuigd geraakt, dat [gedaagde 2] kort gezegd – (toen nog) zijn lot aan de door hem opgerichte luchtvaartmaatschappij heeft verbonden en het hem erom te doen was ‘zijn’ luchtvaartmaatschappij te laten overleven. Dat moet [eiser] ook hebben begrepen. Het is door [eiser] bij comparitie niet gemotiveerd weersproken. In zoverre volgt het gerecht het betoog van [gedaagde 2] dat hij zijn 15% eigen aandelen nooit aan [eiser] zou hebben verkocht als deze niet ook een oplossing bood voor de financiële moeilijkheden waarin de onderneming verkeerde. 2.5 Tijdens de comparitie is verder besproken dat geen sprake is van enige herwaardering van aandelen. Partijen zijn het daarover eens. De koopprijs van het oorspronkelijke aandelenpakket is gebaseerd op de omstandigheid dat de heren [naam X] hun investering terug wilden verdienen en [eiser] bereid was dat bedrag van Afl. 418.000,, via de ‘ABC-constructie’ met [gedaagde 2], te betalen. Kennelijk is ook de koopprijs van Afl. 139.335, voor de 15 aandelen die wel (oorspronkelijk) door [gedaagde 2] aan [eiser] zouden worden verkocht niet zozeer gebaseerd op een herwaardering maar op onderhandelingen daarover tussen [gedaagde 2] en [eiser]. het oorspronkelijke aandelenpakket 2.6 Het betreft hier het pakket van 45% van de aandelen (nrs. 56 tot en met 100) voor een koopprijs van Afl. 418.000, met als ‘juridisch’ verkoper [gedaagde 2] (en als feitelijk verkopers de heren [naam X]). Anders dan [gedaagde 2] bij conclusie van antwoord na comparitie onder 4 aanvoert, betrof het in wezen niet ‘zijn’ aandelen. 2.7 Zoals het gerecht in zijn tussenvonnis (rechtsoverweging 4.21 en 22) heeft overwogen is voorshands bewezen dat [eiser] heeft betaald voor de aandelen. Bij comparitie noch bij antwoordconclusie na comparitie is dat voldoende gemotiveerd weersproken. [gedaagde 2] heeft niet voldaan aan zijn contractuele verplichting om de aandelen vervolgens binnen vijf dagen aan [eiser] te leveren. Daardoor verkeerde [gedaagde 2] onmiddellijk in verzuim. [gedaagde 2] kwam niet het recht toe om (dat zelfstandige deelcontract van) de overeenkomst nadien te ontbinden omdat een deel van de lening nog niet aan ALM was verstrekt, een deel van de aan ALM te verstrekken lening niet aan Pro Care Services N.V. was voldaan dan wel een deel van de koopsom voor het extra aandelenpakket nog niet was betaald (al dan niet aan Pro Care Services N.V.). De primaire vordering komt in zoverre voor toewijzing in aanmerking. 2.8 Vast staat dat de aandelen inmiddels aan een derde zijn geleverd terwijl niet gesteld is, dat [gedaagde 2] in staat is om de aandelen terug te kopen en alsnog aan [eiser] te leveren en dat van hem verlangd kan worden. Het primair onder 3(bis) gevorderde komt wat betreft de aandelen nrs. 56 tot en met 100 daarom niet voor toewijzing in aanmerking. het extra aandelenpakket en de lening(en) 2.9 Zoals het gerecht in rechtsoverweging 4.23 voorshands heeft aangegeven is geen termijn overeengekomen waarbinnen [eiser] het pakket extra aandelen (15%) ad Afl. 139.335, van [gedaagde 2] (en niet van de heren [naam X]) moest afnemen. Dat deel van de overeenkomst is, zoals hierboven overwogen, wel onlosmakelijk verbonden met de financiële injectie in verband met de reddingspoging voor de onderneming. 2.10 [gedaagde 2] beroept zich (voorshands terecht) erop, dat uit de omstandigheid dat geen termijn werd overeengekomen voortvloeit, dat de verbintenis tot storting van (onder meer) Afl. 139.335, ten titel van aankoop van het extra aandelenpakket van 15% aandelen van [gedaagde 2] onmiddellijk opeisbaar was (BW art. 6:38) terwijl ingevolge artikel 3 van de overeenkomst overigens geen ingebrekestelling nodig was om ter zake in verzuim te komen. Op of onmiddellijk na 26 september 2011, de dag waarop de overeenkomst werd getekend, verkeerde [eiser] met betrekking tot die verplichting in verzuim. Uit artikel 1.4 van de overeenkomst blijkt dat [eiser] eerst een totaalbedrag van Afl. 425.000,- (waarvan Afl. 139.335, voor de aandelen) onder ALM moest storten alvorens de aandelen zouden worden verkocht, waarbij de koopsom op dat moment al als voldaan zou gelden. 2.11 Vaststaat dat [eiser] in ieder geval een bedrag van Afl. 116.942,46 niet heeft betaald omdat hij zich daarvoor op opschorting beroept. In de lezing van [eiser] heeft hij echter wel Afl. 308.057,54 onder ALM gestort, en wel op 2 september 2011 een bedrag van Afl. 41.125,18 (dat is dus vóór het sluiten van de overeenkomst op 26 september 2011; het zou volgens [eiser] een lening betreffen); op 10 oktober 2011 een bedrag van Afl. 177.966,18 (US$ 100.000,; deels in verband met de aankoop van de aandelen volgens [eiser]); en op 13 december 2011 een bedrag van Afl. 88.966,18 (US$ 50.000,; volgens [eiser] het niet-opgeschorte restant van de lening). 2.12 Vast staat dus dat ook het bedrag dat bestemd zou zijn om voor de 15% aandelen van [gedaagde 2] te worden betaald (Afl. 139.335,), niet op of onmiddellijk na 26 september 2011 (geheel) werd voldaan. Op 2 september 2011 werd immers ten hoogste een bedrag van Afl. 41.125,18 betaald en dat was volgens [eiser] juist in verband met een lening aan ALM, bestemd om de openstaande nota van het vliegveld te voldoen en niet om voor die aandelen te betalen. 2.13 Volgens [gedaagde 2] was daarom het beroep van [eiser] op opschorting van zijn (laatste) betaling ad Afl. 116.942,46 tardief. [eiser] verkeerde al in verzuim omdat hij niet had voldaan aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting terstond een bedrag van Afl. 425.000, onder ALM te storten. 2.14 Dit verweer op het beroep op opschorting, dat in deze vorm onder verwijzing naar artikel 6:38 BW nieuw is, heeft [gedaagde 2] pas bij conclusie na comparitie opgeworpen. [eiser] heeft daarop nog niet kunnen reageren. Gegeven het belang van het verweer van [gedaagde 2] enerzijds en het belang van [eiser] op zijn beroep op opschorting van zijn (laatste) betalingsverplichting anderzijds zal het gerecht de zaak naar de rol verwijzen voor nadere conclusie zijdens [eiser] op dit punt. Daarbij zal [eiser] in dienen te gaan op de vraag in hoeverre sprake was van de verplichting om ‘gelijk over te steken’ (vergelijk Hoge Raad 11-01-2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7195, NJ 2009, 342). Het gerecht zal in dit verband uitgaan van een door [gedaagde 2] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding per 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.