← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:804

Beschikking van 8 november 2016 behorend bij E.J. nr. 1425 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op vordering van HET OPENBAAR MINISTERIE, in Aruba, vertegenwoordigd door de officier van justitie, om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad van de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats], en van wie de ouders zijn: [moeder], de moeder, wonende in Aruba, en [vader], de vader, wonende in Nederland. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - de vordering ingediend op 16 juni 2016, - de mondelinge behandeling van 27 september 2016, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw A. Flanders en mevrouw L. Petrochi. De moeder en de vader hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen, - het verhoor van de minderjarige op 28 september 2016. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige is geboren uit het huwelijk tussen de moeder en de vader. 2.2 Bij beschikking van [datum] 2004 (EJ 707/03) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de moeder werd belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. 2.3 Op 3 mei 2016 heeft het openbaar ministerie de minderjarige aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. 3DE BEOORDELING 3.1 Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd. 3.2 De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is. 3.3 Ingevolge artikel 1:272, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. 3.4 In dit geval zijn de door de wet aangegeven gronden voor voorlopige toevertrouwing aannemelijk geworden en het is in het belang van de minderjarige dat de moeder voorlopig, geheel in de uitoefening van het gezag over haar wordt geschorst. 4DE BESLISSING Het gerecht: bekrachtigt de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats], schorst de moeder gedurende deze toevertrouwing uit het gezag welke zij over deze minderjarige heeft, bepaalt dat de minderjarige toevertrouwd zal worden aan de Voogdijraad, bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven tot 8 februari 2016, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op dinsdag 8 november 2016 door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.