Uitspraak van 21 november 2016 LAR nr. 486 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellanten], gevestigd in Aruba, APPELLANTEN, gemachtigde: de advocaat mr. drs. T.D. Croes-Fernandes, gericht tegen: de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie, zetelende in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Appellanten hebben op 20 oktober 2015 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 14 september 2015 van verweerder inhoudende een boete vanwege het overtreden van artikel 23 van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv). Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar hebben appellanten op 8 maart 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht. Uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht overweegt dat appellanten tijdig in beroep zijn gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op hun bezwaarschrift. 2.2 Ingevolge artikel 32, onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. De vaststelling dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar is genomen en de omstandigheid dat geen verweer door verweerder is gevoerd, maken dat de ongemotiveerde, als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende, beschikking kennelijk niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen. 2.3 Nu appellanten met recht in beroep zijn gekomen en zich bij gemachtigde hebben laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellanten hiertoe noodzakelijke kosten hebben gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 500,-- aan gemachtigdensalaris. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellanten; - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellanten; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellanten voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-; - gelast dat het door appellanten gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan hun wordt terugbetaald. Deze beslissing werd gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 21 november 2016 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.