Beschikking van 6 december 2016 behorend bij E.J. nr. 1953 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op vordering van HET OPENBAAR MINISTERIE, in Aruba, vertegenwoordigd door de officier van justitie, om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad van de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [datum] 2010 in Aruba, Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], de moeder, wonende in Aruba. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - de vordering ingediend op 18 augustus 2016, - de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 25 oktober 2016, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw A. Flanders en mevrouw. V. Kelly, en de moeder van de minderjarige in persoon. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder is op [datum] 2010 in Aruba geboren [de minderjarige]. De minderjarige is niet erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uit. 2.2 Op 8 augustus 2016 heeft het openbaar ministerie de minderjarige aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. 3DE BEOORDELING 3.1 Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd. 3.2 De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is. 3.3 Ingevolge artikel 1:272, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. 3.4 In dit geval zijn de door de wet aangegeven gronden voor voorlopige toevertrouwing aannemelijk geworden en is het in het belang van de minderjarige dat de moeder voorlopig geheel in de uitoefening van het gezag over hem wordt geschorst. Het Gerecht neemt hierbij in aanmerking dat de moeder kampt met een ernstige drugsverslaving en daarvoor momenteel behandeling voor ondergaat. 3.5 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 4DE BESLISSING Het gerecht: bekrachtigt de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad van: [de minderjarige], geboren op [datum] 2010 in Aruba, schorst de moeder gedurende deze toevertrouwing uit het gezag welke zij over deze minderjarige heeft, bepaalt dat de minderjarige toevertrouwd zal worden aan de Voogdijraad, bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven tot 6 maart 2017, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 6 december 2016 door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.