Beschikking van 13 december 2016 Behorend bij EJ nr. 2044 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op verzoek van: [X] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, gemachtigde: de advocaat mr. J.S. Croes. Belanghebbenden: [Y], de minderjarige, wonende in Aruba, [Z], de moeder, wonende in Haïti. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift ingediend op 25 augustus 2016, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 1 november 2016, waaruit blijkt de vader bijgestaan door zijn gemachtigde is verschenen. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Namens de Voogdijraad is aanwezig mevrouw A. Emanuel. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder is op [datum] 2007 in Haïti geboren [Y] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend. 2.2 Op 9 juli 2014 hebben de ouders krachtens een, in Haïti opgemaakte, akte de “charge definitive” met betrekking tot de minderjarige aan de vader en diens echtgenote toegekend. 2.3 De minderjarige woont vanaf 1 juli 2015 bij de vader in Aruba. De moeder woont in Haïti. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - ertoe dat de vader al dan niet samen met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast. 4DE BEOORDELING 4.1 De vader heeft ter zitting aangevoerd, dat hij samen met de moeder heeft besloten de minderjarige mee te nemen naar Aruba, omdat de scholen hier beter zijn en hij haar hier een beter leven kan bieden. Over het contact met de moeder heeft hij verklaard dat contact met haar wel mogelijk is, doch moeizaam verloopt omdat zij niet de beschikking heeft over moderne communicatiemiddelen, zoals e-mail en dergelijke. 4.2 Onduidelijk is gebleven of de vader reeds – naar Haïtiaans recht – al dan niet samen met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige is belast. Voor zover de moeder nog met het ouderlijk gezag over de minderjarige is belast, moet van het volgende worden uitgegaan. 4.2.1 De minderjarige woont al bijna een jaar hier bij de vader en wordt alleen door hem verzorgd en opgevoed. Gelet op hetgeen de vader naar voren heeft gebracht is aannemelijk dat het contact met de moeder moeizaam verloopt en hij thans feitelijk het gezag over de minderjarige alleen uitoefent. De moeder moet onder deze omstandigheden geacht worden tijdelijk in de onmogelijkheid te verkeren het gezag uit te oefenen, zodat haar gezag op grond van artikel 1:253r, tweede lid, BW is geschorst. 4.3 Ten einde te voorkomen dat de minderjarige gezagsloos is ziet het gerecht in het vorenstaande aanleiding om de vader – voor zover hij niet reeds krachtens Haïtiaans recht met het ouderlijk gezag is belast – met het gezag over de minderjarige belasten. 5DE BESLISSING Het gerecht: belast [X] met het gezag over [Y], geboren op [datum] 2007 in Haïti. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 13 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.