← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:906

Vonnis van 14 december 2016 Behorend bij A.R. 174 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiser, hierna ook te noemen: Eiser, gemachtigden: advocaten mrs. M.O. Lopez en G. de Hoogd, tegen: de naamloze vennootschap DICK & DOOF CONTRACTORS N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Dick & Doof, gemachtigde: advocaat mr. W.G.T.M. Kloes. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de conclusie van dupliek. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Tussen partijen is op 29 oktober 2014 een vonnis gewezen, waarbij een vordering van Eiser tegen Dick& Doof is afgewezen. In onderhavig geschil vordert Eiser herroeping van die uitspraak op de grond dat Dick & Doof bedrog heeft gepleegd. Zij stelt daartoe dat Dick & Doof: - een andere taakomschrijving heeft gegeven aan de functie van Eiser (Fire Watch) dan die werkelijk was; - heeft gesteld dat niet op iedere werkplek een Fire Watch aanwezig was en - ten onrechte heeft gesteld dat Eiser vóór het ongeval al meerdere medicijnen gebruikte en al bekend was met knieklachten. Dusdoende heeft Dick & Doof volgens Eiser bedrog gepleegd in de zin van art. 382 aanhef en onder a Rv. 2.2 Het Gerecht overweegt daartoe als volgt. Het Gerecht constateert dat het vonnis waarvan herroeping wordt gevorderd in kracht van gewijsde is gegaan. Voorts heeft Eiser gesteld dat zij eerst “in januari 2016” van de herroepingsomstandigheden kennis heeft gekregen. Het Gerecht gaat daar veronderstellerwijs van uit, nu Dick & Doof geen feiten of omstandigheden heeft aangedragen die daaraan doen twijfelen. 2.3 Van bedrog in de zin van art. 382 Rv kan (onder meer) worden gesproken indien een partij feiten die tot een voor de tegenpartij gunstige afloop van die procedure zouden hebben kunnen leiden verzwijgt. Van 'bedrog' in die zin is reeds sprake, indien een partij door haar oneerlijke proceshouding belet dat in de procedure feiten aan het licht komen die tot een voor de tegenpartij gunstige afloop van die procedure zouden kunnen leiden; dit zal zich onder meer voordoen wanneer een partij feiten verzwijgt zoals hiervoor bedoeld, terwijl zij wist of behoorde te weten dat de tegenpartij niet met die feiten bekend was of redelijkerwijs behoorde te zijn. Ook de opstelling van een partij voorafgaand aan het geding kan hierbij worden betrokken (HR 4 oktober 1996, NJ 1998, 45; HR 02 december 2012, LJN BW9877). 2.4 Het standpunt van Eiser dat Dick & Doof bedrog heeft gepleegd is dat zij achter een functie-omschrijving van Fire Watch is gekomen die van toepassing was bij Valero Krotz Springs. Daarin zou de taakomschrijving van een Fire Watch beperkter zijn dan door Dick & Doof in de procedure is gesteld. Die heeft ontkend dat deze functie-omschrijving bij haar van toepassing was. Het verwijt van Eiser slaagt niet. Het gegeven dat bij Valero Krotz Springs een andere invulling wordt gegeven aan de functie van Fire Watch dan bij gedaagde, maakt nog niet dat feiten door toedoen van Dick & Doof niet aan het licht zijn gekomen. Een verschil van inzicht in de functietaken kan onderdeel uitmaken van de procedure. Waar Eiser zich thans op beroept is een document van een onderdeel van Valero waar het ongeval zich niet heeft voorgedaan. Dit is onvoldoende om bedrog aan te nemen. Dit onderdeel slaagt dus niet. 2.5 Het tweede verwijt betreft de locatie van de toedracht. In het vonnis van 29 oktober 2014 is onder 4.2 opgenomen dat het Gerecht op basis van de door Eiser gegeven informatie heeft geconcludeerd dat het ongeval zich heeft voorgedaan terwijl zij “onder een soort afdak stond”. Het is het Gerecht onduidelijk waaruit zou blijken dat Dick & Doof op dit punt onjuiste feiten heeft gesteld en bedrog heeft gepleegd. Ook dit verwijt strandt. 2.6 Eiser verwijt Dick & Doof ook dat zij heeft gesteld dat zij, Eiser, al vóór het ongeval last had van haar knie en meer medicijnen heeft gebruikt dat werkelijk het geval was. Dick & Doof heeft echter gesteld dat zij dit heeft afgeleid uit de stukken die zich in het dossier bevinden. Wat hier van zij: het innemen van een standpunt over een causaal verband kan niet snel leiden tot bedrog, nu niet blijkt dat Dick & Doof hierbij informatie heeft achtergehouden of bewust een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Deze grond leidt evenmin tot herroeping. 2.7 Nu geen van de aangedragen gronden kan leiden tot herroeping van het vonnis van 29 oktober 2014, wordt de vordering afgewezen. Eiser wordt in de kosten van het geding veroordeeld. Eiser wordt wel toegelaten kostenloos te procederen, gezien het door haar overgelegde bewijs van onvermogen. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: verleent Eiser toestemming kostenloos te procederen; wijst het gevorderde af; veroordeelt Eiser in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Dick & Doof worden begroot op Afl. 2.500,00 aan salaris van de gemachtigde; verklaart de kostenveroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.