← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2016:91

Vonnis van 3 februari 2016 Behorend bij A.R. 1299 van 2014 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident tot vrijwaring in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht MANTBRACA S.A., te Aruba, hierna ook te noemen: Mantbraca, gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arends Marchena, tegen: G*, te Aruba, hierna ook te noemen: Gedaagde, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - de incidentele conclusie van Gedaagde; - de conclusie van antwoord in het incident van Mantbraca. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Partijen hebben een geschil met betrekking tot een samenwerkingsverband. 3HET VERZOEK 3.1 Gedaagde meent gronden te hebben om van Mantbraca Corporation N.V. (verder: Mantbraca Corporation) vrijwaring te vorderen en verzoekt op voet van artikel 71 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oproeping van deze (rechts)persoon te bevelen. 3.2 Gedaagde grondt het verzoek erop dat Mantbraca Corporation hem op grond van een onder nummer E.J. 1436 van 2014 gewezen beschikking nog geld moet betalen. Er is, aldus Gedaagde, een rechtsverhouding die meebrengt dat Mantbraca Corporation verplicht is om de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak te dragen. Mantbraca kan de schade op Mantbraca Corporation verhalen, aldus Gedaagde. 4DE BEOORDELING 4.1 Voor toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring is voldoende dat blijkt dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. 4.2 Door Gedaagde is evenwel niet voldoende duidelijk gemaakt op grond van welke rechtsverhouding Mantbraca Corporation verplicht zou zijn de nadelige gevolgen van een veroordeling tot betaling van Gedaagde aan Mantbraca te dragen. Dat volgt in ieder geval niet uit de toegewezen loonvordering c.a. van Gedaagde op Mantbraca Corporation. 4.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde de proceskosten in dit incident van Mantbraca moeten vergoeden. 5DE UITSPRAAK: De rechter in dit gerecht: in het incident: wijst het verzoek af; veroordeelt Gedaagde in de kosten van dit incident, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Mantbraca worden begroot op Afl. 2.700, aan salaris van de gemachtigde; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 2 maart 2016 voor conclusie van antwoord zijdens Gedaagde; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.