Uitspraak van 15 juni 2017 behorende bij CvB nr. 2957 van 2015 COLLEGE VAN BEROEP inzake de Landsverordening ziekteverzekering in de zaak van: [ X ], wonende te Aruba, [ adres ], APPELLANTE, procederende in persoon, tegen DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Bij beschikking van 17 december 2015 heeft de bank besloten dat appellante vanaf 14 januari 2016 geen recht meer heeft op verdere tegemoetkoming bij arbeidsongeschiktheid in verband met verminderde belastbaarheid wegens de ziekte mammacarcinoom onder ziektemeldingskaart nummer 582087, omdat zij reeds op 14 januari 2014 een tegemoetkoming heeft ontvangen voor deze ziekte en zij inmiddels geen recht meer heeft op ziekengeld wegens deze ziekte. 1.2 Tegen deze beslissing heeft appellante op 30 december 2015 beroep aangetekend. 1.3 Op 3 maart 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend. 1.4 Op 23 maart 2016 heeft appellante een brief ingediend. 1.5 Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 8 december 2016 van dit college behandeld, waarbij namens de bank aanwezig waren mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. 2DE BEOORDELING 2.1 Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar vanaf 14 januari 2016 geen ziekengeld uit te keren en verzoekt nader uitleg over de wetsbepaling waarop deze beslissing berust. 2.2 Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Landsverordening ziekteverzekering heeft de arbeider die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, vanaf de vierde dag van de ziektemelding. Het recht op ziekengeld ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt na twee jaar. 2.3 Zoals door het College eerder is geoordeeld geldt de wettelijke termijn van twee jaren ongeacht de vraag of binnen die termijn sprake is geweest van periodes van arbeidsgeschiktheid. De tekst van de wet biedt geen ruimte voor een andere uitleg, dan dat de termijn van twee jaren – waarmee twee kalenderjaren worden bedoeld – aanvangt op de eerste dag van ziekmelding. De wet is op dit punt ook niet in strijd met hogere regelgeving. Het College acht de door de bank gehanteerde uitleg van de wet op dit punt daarom juist. 2.4 Niet in geschil is dat appellante vanaf 14 januari 2014 onder ziektemeldingskaart nummer 582087 aanspraak had op ziekengeld in verband met verminderde belastbaarheid wegens de ziekte mammacarcinoom. Derhalve had zij vanaf 14 januari 2016 geen aanspraak meer op ziekengeld ter zake van deze ziekteoorzaak. 2.5 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van appellante ongegrond dient te worden verklaard. 3DE BESLISSING Het college van beroep: -verklaart het beroepschrift van appellante ongegrond. Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.