Uitspraak van 17 juni 2019 LAR nr. AUA201802620 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonende in Aruba, APPELLANT, gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa, gericht tegen: DE BEOORDELINGSCOMMISSIE VRIJWILLIGE UITDIENSTTREDING, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 11 december 2015 heeft verweerder de aanvraag van appellant om hem op de voet van de Landsverordening vrijwillige uitdiensttreding (hierna: Lvut) eervol ontslag te verlenen, afgewezen. Bij beslissing van 13 juli 2018 (de bestreden beslissing) heeft verweerder het daartegen door appellant gemaakte bezwaar, niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen heeft appellant op 22 augustus 2018 beroep ingesteld. Het gerecht heeft de zaak op 11 februari 2019 ter zitting behandeld, alwaar zijn verschenen appellant bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Standpunten van partijen 1.1 Appellant kan zich niet verenigen met de bestreden beslissing, en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij wel degelijk nog belanghebbende is in deze procedure, omdat zijn ontslag omgezet kan worden in een vrijwillige uitdiensttreding, dat de Lar, behalve in artikelen 12 en 14, geen grondslag biedt voor een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar en dat de beschikking waartegen zijn bezwaar zich richt, op verkeerde gronden is genomen, althans onvoldoende is gemotiveerd. 1.2 Aan de bestreden beslissing is ten grondslag gelegd dat appellant vanaf 1 januari 2016, nadat hem op eigen verzoek ontslag is verleend, niet meer als ambtenaar kan worden aangemerkt, zodat hij op het tijdstip van heroverweging van de beschikking geen aanspraak meer kan maken op de in de Lvut geboden mogelijkheid om vrijwillig uit dienst te treden. Daarom kan hij niet meer aangemerkt worden als belanghebbende in de zin van de Lar. Wettelijk kader 2.1 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lvut kunnen, voor zover hier van belang, ambtenaren gedurende een bij landsbesluit vast te leggen periode van twee maanden een verzoek doen om in aanmerking te komen voor eervol ontslag, onder gelijktijdige toekenning van in deze landsverordening nader omschreven bijzondere aanspraken. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een beschikking is betrokken. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen. Inhoudelijk 3.1 Volgens vaste rechtspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dient de heroverweging van de beschikking waartegen bezwaar wordt gemaakt in beginsel te geschieden met toepassing van het recht, zoals dat geldt op het moment waarop de beschikking op bezwaar wordt gegeven en uitgaande van de feiten en omstandigheden ten tijde van de op het bezwaar te geven beschikking. Deze regel kan uitzondering lijden, indien sprake is van bijzondere omstandigheden. 3.2 In dit geval is het volgende gebleken. Appellant, ambtenaar vanaf 1 mei 2009, heeft op 13 november 2015 een aanvraagformulier VUT, ingediend ter verkrijging van VUT met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.