Beschikking van 14 februari 2017 behorend bij EJ nr. 2250 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd. Belanghebbenden: 1.[A], 2.[B], de minderjarigen, [X], de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith, [Y], de vader, gemachtigde: de advocaat mr. J.S. Croes, [voorgestelde gezinsvoogdes], de voorgestelde gezinsvoogd. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 14 september 2016, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 15 november 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder en de vader bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd, de Voogdijraad bij mevrouw A. Flanders en mevrouw. G. Maldonado en de voorgestelde gezinsvoogdes. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de relatie tussen moeder en de vader is in Aruba geboren: [A], op [datum] 2012 en [B], op [datum] 2013. De minderjarigen zijn door de vader erkend. 2.2 De ouders oefenen het gezag over de minderjarigen gezamenlijk uit. 2.3 Bij beschikking van dit gerecht van 20 september 2016 (EJ-2249/16) zijn de minderjarigen voorlopig onder toezicht gesteld, tot aan de uitspraak over de definitieve ondertoezichtstelling, met benoeming van mevrouw [voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe dat de minderjarigen onder toezicht worden gesteld, met benoeming van mevrouw [voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:254 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) kan de rechter, indien een kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd, onder toezicht stellen. Ingevolge artikel 1:255 lid 1 BWA benoemt de rechter, bij de toewijzing van het verzoek, tevens een gezinsvoogd, die onder zijn leiding op het kind toezicht houdt. 4.2 In het rapport van de Voogdijraad van 11 november 2016 staat het volgende. De vader maakt zich zorgen om de situatie bij de moeder thuis en de wijze waarop zij de minderjarigen meent te moeten disciplineren. De moeder dreigt de minderjarigen met lijfelijke straffen en slaat hen ook, aldus de vader. De vader staat open voor begeleiding, maar heeft het zelf niet nodig omdat hij geen probleem heeft. Volgens de vader is moeders gedrag jegens de minderjarigen het probleem. De moeder geeft toe dat zij de minderjarigen, wanneer zij ongehoorzaam zijn, een klap geeft, hen bedreigt dat ze hen met de riem zal slaan, en tegen ze schreeuwt. Volgens de moeder bestaan er tussen de ouders onenigheden wat betreft de opvoeding: de vader keurt alle beslissingen die zij neemt af. Zij ziet in dat zij begeleiding nodig heeft en is bereid deze te accepteren. De ouders hebben regelmatig ruzie met elkaar in het bijzijn van de minderjarigen. De minderjarigen worden blootgesteld aan huiselijk geweld tussen de ouders en uit het psychologisch onderzoek is naar voren gekomen dat ook de vader de minderjarigen slaat. Opvoedkundig gezien is sprake van polarisatie. De vader is nonchalant ten aanzien van de minderjarigen, hij biedt ze geen structuur, stelt geen grenzen of regels. De moeder gaat direct naar het lijfelijk bestraffen van de minderjarigen. De Voogdijraad concludeert dat beide ouders weinig inzicht hebben in hun eigen functioneren en in hun aandeel ten aanzien van de problematiek, dat zij geen inzicht hebben in de emotionele behoeftes van de minderjarigen en niet daadkrachtig genoeg zijn om zelf verandering in de situatie te brengen. De minderjarigen worden gelet hierop met zedelijke en lichamelijke ondergang bedreigd. Geadviseerd wordt om voornoemde minderjarigen onder toezicht te stellen. 4.3 Ter zitting hebben beide ouders aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de verzochte maatregel van ondertoezichtstelling van de minderjarigen. 4.4 Gelet op het door de Voogdijraad omtrent de minderjarigen uitgebrachte rapport en hetgeen ter zitting is besproken, is het gerecht van oordeel dat de minderjarigen met zedelijke en lichamelijke ondergang worden bedreigd, zodat het noodzakelijk is dat zij onder toezicht worden gesteld. 5DE BESLISSING Het gerecht: stelt [A], geboren op [datum] 2012 in Aruba en [B], geboren op [datum] 2013 in Aruba, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden, benoemt [voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 14 februari 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.