Beschikking van 10 januari 2017 behorend bij EJ nr. 2193 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd, en: [naam vader], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, procederend in persoon. Belanghebbenden: [naam minderjarige 1], [naam minderjarige 2], de minderjarigen, [naam moeder], de moeder. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 6 september 2016, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 8 november 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon en de vader in persoon bijgestaan door zijn vertegenwoordiger mr. S. Maduro. Namens de Voogdijraad was aanwezig mr. M. Ras. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Uit de moeder is op [geboortedatum] in Aruba geboren [naam minderjarige 1] en op [geboortedatum] in Aruba geboren [naam minderjarige 2] (hierna: de minderjarigen). De vader heeft de minderjarigen erkend. 3HET VERZOEK 3.1 Het verzoek van de moeder strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen met ingang van 1 oktober 2016 een bedrag van Afl. 250,-per kind per maand te betalen. Daartoe wordt gesteld dat de vader voldoende draagkrachtig is. 3.2 Ter zitting heeft de vader een verweerschrift tevens houdende een zelfstandig verzoek ingediend, waarbij de vader heeft verzocht om het bedrag aan kinderalimentatie te bepalen op Afl. 150,- per kind per maand en een omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen te bepalen. 4DE BEOORDELING Alimentatie 4.1 Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie is de behoefte van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie. 4.3 De behoefte van de kinderen 4.3.1 Bij het vaststellen van de behoefte van de minderjarige hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per maand bedraagt. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarigen in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten aan kleding, aircobijdrage en recreatie, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de behoefte niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de kinderen die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,- (zoals noodzakelijke kosten voor bijles en sporten). 4.3.2 De moeder heeft de kosten van de minderjarigen bepaald op Afl. 1.172,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.