← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:161

Vonnis in kort geding van 8 maart 2017 Behorend bij K.G. 247 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [X], te Aruba, hierna ook te noemen: [X], gemachtigde: advocaat mr. H.G. Figaroa, tegen: de stichting FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO (FCCA), te Aruba, hierna ook te noemen: FCCA, gemachtigde: advocaat mr. D.G. Kock, 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 8 februari 2017; - de door beide partijen overgelegde producties; - de pleitnota van [X]; - de pleitnota van FCCA; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 23 februari

  1. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE FEITEN 2.1[ [X] is sedert 1 oktober 1979 in dienst van FCCA. Op 24 augustus 2015 heeft FCCA aan hem bericht dat zijn arbeidsovereenkomst op 1 oktober 2016 zou eindigen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. [X] heeft samen met een aantal andere, in dezelfde positie als hij verkerende werknemers aan FCCA verzocht om de arbeidsovereenkomst te verlengen tot het moment waarop hij de leeftijd van 65 jaar zou bereiken. Daarop heeft een aantal gesprekken tussen het bestuur van FCCA en de werknemers, waaronder [X], plaatsgevonden. Tijdens die gesprekken heeft FCCA aan [X] en de andere medewerkers concept arbeidsovereenkomsten overgelegd. Op het tweede overgelegde concept heeft [X] op verschillende punten commentaar geleverd. 2.2[ [X] heeft op 11 augustus 2016 de pensioenverzekeraar Fatum bericht dat hij zijn pensioen wilde uitstellen. FCCA heeft van dat emailbericht een CC ontvangen. 2.3 Op 7 september 2016 heeft FCCA aan [X] bericht dat aan het verzoek van hem tot verlenging van de arbeidsovereenkomst niet kan worden voldaan en handhaaft zij als ontslagdatum 1 oktober
  2. [X] heeft tegen dit besluit geprotesteerd. 3DE VORDERING 3.1[ [X] vordert, kort gezegd, doorbetaling van loon en tewerkstelling. Hij voert daartoe in essentie aan dat tussen partijen volledige overeenstemming bestond over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst en dat FCCA daar niet meer op kan terugkomen. 3.3 FCCA heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 4DE BEOORDELING 4.1 De kern van het geschil wordt gevormd door de vraag of tussen partijen volledige overeenstemming was bereikt over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Daarover verschillen zij nadrukkelijk van mening. FCCA heeft aangevoerd dat de concept arbeidsovereenkomsten slechts praatstukken waren en dat het bestuur van FCCA ook de Raad van Toezicht bij deze beslissing wilde betrekken. Zij weerspreekt dat van overeenstemming sprake was. [X] heeft volgens haar nooit kenbaar gemaakt dat hij de voortzetting op de aangegeven voorwaarden accepteerde. Het Gerecht overweegt het volgende. 4.2 Het initiatief om de arbeidsovereenkomst te verlengen is uitgegaan van [X]. Dat is ter zitting door hem ook erkend. Kennelijk bestond er bij FCCA geen afwijzende houding ten opzichte van dit voorstel en zijn door het bestuur van FCCA voorstellen gedaan. Dat die aan [X] zijn gegeven om, zoals hij zegt, die te controleren en accorderen, is echter niet gebleken. Desgevraagd hebben partijen meegedeeld dat de concepten tijdens de besprekingen zijn gegeven. Na het eerste concept is voorts geen duidelijke instemming door [X] gegeven. Hij heeft weliswaar gesteld dat hij dat op 11 augustus 2016 telefonisch aan een medewerker van PZ heeft meegedeeld, maar dat wordt door FCCA betwist en onduidelijk is waarom dat dan niet heeft geleid tot een ondertekening van de overeenkomst door [X]. Bovendien is dan ook onduidelijk waarom een vervolgbespreking was gepland op 17 augustus 2016, waarbij FCCA gewijzigde concepten aan (onder andere) [X] heeft gegeven. Dat duidt er op dat van overeenstemming nog geen sprake was, maar partijen met elkaar in gesprek waren over de voorwaarden waarop de verlenging (eventueel) gestalte kon krijgen. 4.3 FCCA heeft voorts nog aangevoerd dat zij de Raad van Toezicht bij dit besluit wilde betrekken. Hoewel dat voor de besluitvorming niet noodzakelijk was, zoals [X] heeft gesteld, is dit bij een ingrijpende afwijking van bestaand beleid (waarvan hier sprake was) niet ongebruikelijk. Niet denkbeeldig is dat die Raad wilde vasthouden aan het bestaande beleid (einde arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd), waarna het bestuur zich aan die opvatting heeft geconformeerd. Volgens haar heeft zij dit ook aan [X] meegedeeld, maar die bestrijdt dat. 4.4 Dit alles leidt tot het oordeel dat op dit moment nog teveel onduidelijkheden bestaan over de vraag of tussen partijen al volledige overeenstemming was bereikt. Daarvoor is mogelijk nadere bewijslevering noodzakelijk, waarvoor in kort geding geen plaats is. Gezien deze stand van zaken, moet dat leiden tot afwijzing van de vordering. 4.5 [X] zal in de kosten van het geding worden veroordeeld. 5DE UITSPRAAK Het Gerecht: wijst het gevorderde af; veroordeelt [X] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van FCCA worden begroot op Afl. 1.500,00 aan salaris van de gemachtigde; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.