← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:215

Beschikking van 28 maart 2017 behorend bij EJ nr. 2738 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: DE VOOGDIJRAAD, gevestigd in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd. en [X], wonende in Aruba, [adres], VERWEERDER, hierna te noemen de vader, procederend in persoon. Belanghebbende: [Y], de moeder, [Z], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 31 oktober 2016, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 14 februari 2017, waaruit blijkt dat de vader en de moeder in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mr. Y. Maduro. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Uit de moeder is op [datum] 2008 in Aruba geboren de thans nog minderjarige [Z] (hierna: de minderjarige). 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 1 november 2016, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling en tegen behoorlijke kwijting aan de Voogdijraad, een bedrag van Afl. 460,-- per maand te betalen. Daartoe wordt gesteld dat de vader voldoende draagkrachtig is. 4DE BEOORDELING 4.1 Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij thans met een bedrag van Afl. 350,-- per maand bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De moeder heeft op haar beurt aangegeven dat de vader al sedert december 2016 niet meer heeft bijgedragen in het levensonderhoud van de minderjarige. Vervolgens heeft de vader zich bereid verklaard bovengenoemd bedrag aan kinderalimentatie te blijven betalen. Nu de moeder ter zitting hiermee heeft ingestemd, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen. 5DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt de bijdrage van [X] in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z], geboren op [datum] 2008 in Aruba, op Afl. 350,-- per maand, met ingang van 1 december 2016, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 28 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.