Vonnis van 5 april 2017 Behorend bij A.R. 542 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA HANDELSMAATSCHAPPIJ N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: ATC, gemachtigde: de advocaat mr. L.J. Pieters, tegen: [Gedaagde], te Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster. 1DE VERDERE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 augustus 2017; - de conclusie na tussenvonnis van ATC; - de antwoordconclusie van [Gedaagde]. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 In het tussenvonnis heeft het gerecht ambtshalve de vraag aan de orde gesteld of de rechtsgrond van de vordering wel eigendom van het kentekennummer kan zijn. 2.2 ATC betoogt dat het kentekennummer, dus niet de kentekenplaat als uiterlijke verschijning van het bewijs van registratie van het voertuig bij de belastingdienst, een goed is in de zin van artikel 3:1 BW, meer in het bijzonder een vermogensrecht. ATC wijst er daarbij op dat in Aruba “nummerplaten/kentekenbewijzen” worden verkocht en overgedragen; het nummer [NUMMERPLAAT] zelfs voor Afl. 100.000,. De belastingdienst, aldus ATC, eist dat de overdracht van het nummer uitdrukkelijk in de overeenkomst van koop en verkoop van een bij de belastingdienst geregistreerde auto wordt vermeld. 2.3 Het voorgaande doet er naar het oordeel van het gerecht niet aan af dat een kentekennummer, dat wil zeggen het nummer waaronder een bij de belastingdienst bekend voertuig en de met betrekking tot dat voertuig genoemde belastingplichtige is geregistreerd, geen goed is in de zin van artikel 3:1 BW. Het kan dus ook geen voorwerp van eigendom zijn en leent zich niet voor overdracht in de zin van artikel 3:83 BW. Dat in Aruba betaald wordt om een bepaald kentekennummer te koppelen aan het voertuig van een belastingplichtige is niet relevant. Anders dan ATC veronderstelt strekt die betaling niet tot verkrijging van de eigendom van het nummer door overdracht ten gevolge van een koopovereenkomst. Betaalt wordt voor de medewerking van de belastingplichtige op wiens naam het kenteken is geregistreerd om die registratie bij de belastingdienst te wijzigen in een registratie op naam van degene die bereid is daarvoor te betalen. Dat in het spraakgebruik wordt gezegd dat het kentekennummer ‘gekocht’ is brengt niet met zich mee dat dat in juridische zin ook het geval is. Als bij wijze van spreken de belastingdienst morgen besluit om het systeem van registratie van voertuigen en de daarop betrekking hebbende wegenbelasting geheel anders in te richten is ook geen sprake van ‘onteigening’ van eerder toegekende kentekennummers. 2.4 De vordering stuit op het ontbreken van een deugdelijke juridische grondslag af. Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De vorderingen van ATC zullen alsnog worden afgewezen. 2.5 ATC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstek- en verzetprocedure worden verwezen. De kosten van het betekenen van het verstekvonnis en van het doen betekenen van de vordering in het verzet zullen echter op grond van het bepaalde in art. 89 Rv voor rekening van [Gedaagde] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat [Gedaagde] in eerste instantie niet is verschenen terwijl [Gedaagde] wel goed was opgeroepen. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: vernietigt het door het gerecht op 5 juni 2013 onder rolnummer 3134 van 2012 gewezen verstekvonnis, en opnieuw beslissend: wijst het gevorderde af, veroordeelt [Gedaagde] in de kosten die zijn veroorzaakt door het aanvankelijk niet verschijnen, aan de zijde van ATC, begroot op p.m. voor de kosten van de betekening van het verstekvonnis, veroordeelt ATC in de overige kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van [Gedaagde] tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de overige kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [Gedaagde] tot op heden begroot op Afl. 3.125, aan salaris gemachtigde, verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.