Vonnis van 5 april 2017 Behorend bij B.B. nr. 2041 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [Eiseres], procederend in persoon, tegen: [Gedaagde], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 16 november 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 13 december 2016. Partijen zijn toen in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [Gedaagde] beveelt om aan [Eiseres] te betalen Afl. 7.500,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 juni 2016 en met Afl. 1.025,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens. 2.2 [ Gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [Eiseres] in hoofdsom gevorderde voor zover die vordering meer bedraagt dan Afl. 4.000,--. [Gedaagde] concludeert voorts tot afwijzing van de door [Eiseres] verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 [ Eiseres] stelt dat [Gedaagde] Afl. 7.500,-- verschuldigd is aan [Eiseres] uit hoofde van een onbetaald gelaten geldlening. [Gedaagde] erkent in dat verband een zeker bedrag verschuldigd te zijn aan [Eiseres], maar [Gedaagde] stelt dat hij inmiddels zoveel heeft afgelost van of op bedoelde lening dat hij thans in elk geval niet meer dan Afl. 4.000,-- verschuldigd is aan [Eiseres]. Die door [Eiseres] betwiste (bevrijdende) stelling mist naar het oordeel van het Gerecht niet alleen voldoende feitelijke grondslag (gesteld noch is gebleken wanneer precies en hoeveel precies [Gedaagde] telkens aan aflossing heeft betaald), maar is ook niet onderbouwd door [Gedaagde] met betalingsbewijzen terwijl [Gedaagde] evenmin levering van bewijs heeft aangeboden. Vast komt daardoor te staan dat [Gedaagde] Afl. 7.500,-- opeisbaar verschuldigd is aan [Eiseres]. De vordering van [Eiseres] in hoofdsom zal daarom worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan, nu [Gedaagde] die vordering niet heeft bestreden. 3.3 Vast is komen te staan dat partijen niets zijn overeengekomen ter zake van een door [Gedaagde] te betalen vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte. [Eiseres] heeft tegen die achtergrond niet gesteld dat zij schade heeft geleden in de vorm van door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten. Eén en ander brengt mee dat de vordering van [Eiseres] op dit onderdeel zal worden afgewezen. 3.4 [ Gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten. 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -beveelt [Gedaagde] om aan [Eiseres] te betalen Afl. 7.500,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; -veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten; -verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; -wijst af het meer of anders verzochte. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.