Vonnis van 5 april 2017 Behorend bij B.B. nr. 2597 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de (désaveu)zaak van: [Eiseres], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [Eiseres], procederend in persoon. tegen: 1[Gedaagde 1], wonende en als advocaat gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde 1], en 2[Gedaagde 2], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde 2], gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi, gedaagden. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt tot 24 augustus 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -de conclusie van antwoord van [Gedaagde 2]; -de conclusie van antwoord van [Gedaagde 1], met producties; -de conclusie van repliek van [Eiseres], met producties; -de conclusie van dupliek van [Gedaagde 1]; -de tegen [Gedaagde 2] verleende akte van niet dienen van dupliek. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 2.2 Vast staat dat op 10 juni 2014 ten kantore van [Gedaagde 1] een oriënterend gesprek heeft plaatsgevonden tussen [Gedaagde 1] en [Eiseres] met betrekking tot het voor partijen genoegzame bekende verkeersongeval waarbij [Eiseres] betrokken was en het door [Gedaagde 2] bij dit Gerecht ingediende verzoek tot uitvaardiging jegens [Eiseres] van bevel tot betaling van de schade als gevolg van dat ongeval. Tegen die achtergrond stelt [Gedaagde 1] (deels impliciet) dat [Eiseres] een aantal dagen na 10 juni 2014 [Gedaagde 1] persoonlijk telefonisch de opdracht heeft gegeven om zich voor en namens [Eiseres] te stellen in die procedure met als zaaknummer B.B. 1062 van 2014 en in die procedure voor en namens [Eiseres] schriftelijk te procederen (het indienen van een verweerschrift en een conclusie van dupliek). Die stelling, op de rechtgevolgen waarvan [Gedaagde 1] zich beroept, heeft [Eiseres] voldoende gemotiveerd bestreden. Nu [Gedaagde 1] (op wie te dezen de bewijslast rust) dat heeft aangeboden, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om bedoelde stelling door middel van het horen van getuigen te bewijzen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde terechtzitting, tijdens welke zitting maximaal drie getuigen gehoord kunnen worden. [Gedaagde 1] dient uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door hem voor te brengen getuige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.