← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:273

Beschikking van 18 april 2017 Behorend bij EJ nr. 1304 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [de vader] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith tegen [de moeder], wonende in Nederland, VERWEERSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara. Belanghebbenden: [de minderjarige 1], [de minderjarige 2], de minderjarigen. 1DE PROCEDURE Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar de beschikking d.d. 8 december

  1. Sedertdien heeft de Voogdijraad advies uitgebracht d.d. 21 juni
  2. Op 6 september 2016 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De uitspraak is na aanhouding nader bepaald op heden. Deze uitspraak wordt door een andere rechter gedaan dan de rechter die de zitting heeft geleid. Dit houdt verband met de ontstentenis van deze rechter. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Te beslissen in deze procedure is bij wie van partijen, de vader of de moeder, de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in hun belang dient te worden bepaald. Tevens moet een omgangsregeling worden bepaald met de andere ouder. 2.2 De Voogdijraad overweegt in voornoemd rapport dat de ontwikkeling van de minderjarigen geen gevaar dreigt te lopen indien de moeder het hoofdverblijf toegewezen krijgt. Daarom acht de Voogdijraad moeder de meest geschikte hoofdverblijfplaats. 2.3 Uit de rapport van de Voogdrijraad blijkt evenwel niet van enig bezwaar tegen een van de ouders of tegen hun woonomstandigheden. Beide ouders en hun woonomstandigheden blijken gelijk geschikt, zij het dat vader een ruimere woning bezit. 2.4 Het gerecht neemt in aanmerking dat de minderjarigen thans op Aruba verblijven, hier te lande zijn ingebed en het bij vader naar hun zin lijken te hebben. Ook is er geen sprake van een problematische communicatie met moeder. Onder deze omstandigheden acht het gerecht het in het belang van de kinderen om geen onnodige wijziging aan te brengen in de status quo. Het gerecht zal derhalve bepalen dat de hoofdverblijfplaats bij vader zal zijn. 2.5 Het gerecht zal de omgangsregeling tussen moeder en de kinderen vaststellen overeenkomstig het advies van de Voogdijraad. 3DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt dat [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2010 hoofdverblijfplaats bij verzoeker, hun vader, hebben, Stelt als omgangsregeling tussen de minderjarigen en hun moeder vast: - Elke zomervakantie en om en om de kerstvakantie, en voorts in onderling overleg; - Dagelijks vindt in onderling overleg communicatie plaats via mobiele telefoon, Skype, whatsapp of andere dienstige communicatiemiddelen. Wijst af het meer of anders verzochte. Compenseert de proceskosten. Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van 18 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.