Vonnis van 11 januari 2017 Behorend bij K.G. no. 2922 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in kort geding van: [Eiseres], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes, tegen: de naamloze vennootschap CARIBBEAN SUN GROUP N.V., h.o.d.n. DEL SOL, gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: Del Sol, gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de aantekeningen van de griffier van de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 8 december 2016. 1.2 [eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde, en Del Sol is verschenen bij haar gemachtigde. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnota’s, die van Del Sol voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN [eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. Del Sol veroordeelt tot (door)betaling aan [eiseres] van haar normale loon gerekend vanaf 19 september 2016 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging; b. Del Sol beveelt om binnen 2 dagen na de uitspraak van dit vonnis weder te werk te stellen in dezelfde functie tegen hetzelfde loon; c. bepaalt dat Del Sol ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van Afl. 200,--, althans een ander door het Gerecht te bepalen bedrag, voor elke dag dat Del Sol voormeld bevel niet nakomt; d. Del Sol veroordeelt in de proceskosten. 2.2 Del Sol voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Indien [eiseres] geen vorderingsrechten op Del Sol blijkt te hebben, moeten haar rechtsvorderingen worden afgewezen. Het ontvankelijkheidsverweer van Del Sol wordt verworpen. 3.2 Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen volgt uit de aard van die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het verweer van Del Sol op dit punt wordt eveneens verworpen. 3.3 Del Sol heeft niet of onvoldoende bestreden gesteld dat niet zij maar Monterrey Trading N.V. (hierna: Monterrey) de werkgever is van [eiseres], en dat [eiseres] in opdracht van Monterrey was tewerkgesteld bij Del Sol, zijnde één van de dochtermaatschappijen van Monterrey. In dat verband heeft Del Sol verder niet of onvoldoende bestreden gesteld dat de door [eiseres] bij Del Sol uit te voeren werkzaamheden werden verricht onder leiding en toezicht van (de bedrijfsleider van) Monterrey, en dat Del Sol maandelijks het aan [eiseres] toekomende loon (op de voet van het bepaalde in artikel 6:30 BW) voor Monterrey betaalde aan [eiseres]. 3.4 In het licht van de hiervoor onder 3.3 vermelde vaststaande omstandigheden - waaruit volgt dat Monterrey het in elk geval wat [eiseres] betreft voor het zeggen heeft bij Del Sol - is niet in geschil tussen partijen dat [eiseres] bij brief van 19 september 2016 (afkomstig en ondertekend door [xx] en [xy] voor of namens Del Sol) door Del Sol op staande voet is ontslagen omwille van de in die brief vermelde redenen. Gesteld noch is gebleken echter dat Del Sol bevoegd was of is om [eiseres] voor of namens haar werkgever Monterrey te ontslaan. Reeds hieruit volgt dat naar het voorlopig oordeel van het Gerecht geen sprake kan zijn van een rechtsgeldig ontslag. 3.5 Nu verder is gesteld noch gebleken dat [eiseres] niet langer in opdracht van en onder leiding van haar werkgever Monterrey is tewerkgesteld bij Del Sol, is Del Sol naar het voorshandse oordeel van het Gerecht gehouden om net als voorheen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.