← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:412

Beschikking van 23 mei 2017 Behorend bij E.J. 252 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: Appellante wonende te Aruba, appellante, hierna ook te noemen: [appellante], procederend in persoon, tegen: Geïntimeerde , wonende te Aruba, hierna ook te noemen: [geïntimeerde], gemachtigde: de advocaat mr. Vito A.V. Carlo. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift; - het verweerschrift; - de behandeling ter zitting van 25 april 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier. Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Bij beschikking van 23 februari 2016 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba het verzoek van [geïntimeerde] om de huurovereenkomst met [appellante] te beëindigen, afwijzend beslist. De gestelde huurachterstand was niet voldoende onderbouwd, evenmin de gestelde noodzakelijke renovatie, alsmede de stelling dat er sprake zou zijn van drugshandel vanuit het gehuurde. 2.2 Op 17 november 2017 heeft de Huurcommissie van Aruba [geïntimeerde] toestemming gegeven de huurovereenkomst met [appellante] op te zeggen in verband met huurachterstand en een noodzakelijke renovatie van het gehuurde, gelegen aan de [adres]. 2.3 Bij brief van 12 januari 2017 heeft [geïntimeerde] de huurovereenkomst opgezegd per 1 maart 2017. 2.4 Op 23 januari 2017 is de beschikking van de Huurcommissie aan [appellante] betekend. 2.5 Op 7 februari 2017 heeft [appellante] beroep tegen de beslissing van de Huurcommissie aangetekend. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ appellante] verzoekt de beslissing van het de Huurcommissie te vernietigen. Zij stelt dat zij in het gehuurde woont met een erfgenaam, dat er geen sprake is van drugshandel en dat zij samen met de erfgenaam het gehuurde aan het opknappen is. 3.3 [ geïntimeerde] voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 [ appellante] is tijdig in beroep gekomen van de beschikking van de huurcommissie. 4.2 Op basis van de hiervoor genoemde beschikking van het gerecht in eerste aanleg Aruba, staat in rechte vast dat tussen [geïntimeerde] en [appellante] sprake is van een huurovereenkomst en dat de huurprijs sinds april 2015 Afl. 750,00 per maand bedraagt. [geïntimeerde] heeft gesteld dat de huurachterstand inmiddels Afl. 25.900,00 bedraagt. Daarnaast heeft [geïntimeerde] gesteld dat er sprake is van ernstig achterstallig onderhoud en het gehuurde dringend gerenoveerd dient te worden. Deze stelling heeft [geïntimeerde] geadstrueerd met behulp van kleurenfoto’s van het gehuurde. 4.3 [ appellante] betwist de gestelde achterstand niet. Zij verklaarde ter zitting dat [geïntimeerde] afstand heeft gedaan van de verschuldigde huurpenningen en slechts de ontruiming van de woning eist. Nu [geïntimeerde] betwist dat hij af heeft gezien van zijn aanspraak op de achterstallige huurpenningen, rust op [appellante] in beginsel de bewijslast van deze stelling. [appellante] heeft evenwel geen bewijs aangeboden, zodat haar stelling wordt verworpen. Dit heeft tot gevolg dat ervan uit wordt gegaan dat er sprake is van een huurachterstand van meer dan 33 maanden. Deze herhaalde wanprestatie is rechtvaardigt in het algemeen de ontbinding van de huurovereenkomst. Voorts heeft [appellante] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken dat het gehuurde dringend gerenoveerd dient te worden. In het licht van een en ander ziet het gerecht geen gronden aanwezig om de beschikking van de huurcommissie te vernietigen. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard. 4.4 [ appellante] wordt, nu zij in het ongelijk is gesteld, in de kosten van de procedure veroordeeld. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 5.1 verklaart het beroep van [appellante] tegen de beschikking van de huurcommissie van 17 november 2016 ongegrond; 5.2 veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op Afl. 1.250,00 voor salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 23 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.