Vonnis van 7 juni 2017 Behorend bij B.B. no. 1006 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [X], wonende in Aruba, opposante in conventie, eiseres in reconventie, hierna ook te noemen: [X], gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz. tegen: 1[Gedaagde sub 1], hierna ook te nomen: [Gedaagde sub 1], 2[Gedaagde sub 2], hierna ook te noemen: [gedaagde sub 2], beiden wonende in Aruba, geopposeerden in conventie, verweerders in reconventie, hierna gezamenlijk ook te noemen: [Y], gemachtigde: de advocaat mr. G.F. Croes, 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 12 januari 2016 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [Y], met producties; - het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 6 april 2016 onder zaaknummer B.B. 49 van 2016 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [X] uitvoerbaar bij voorraad is veroordeeld tot betaling aan [Y] van US$ 2.900,--, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaans courant, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 augustus 2015, alsmede tot betaling aan [Y] van Afl. 450,-- aan proceskosten; - de op 9 mei 2016 ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [X] tevens houdende een reconventionele eis, met producties; - de conclusie van antwoord in oppositie en in reconventie, met producties; - de conclusie van repliek in oppositie en van repliek in reconventie, met producties; - de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN in conventie en in reconventie 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover uitdrukkelijk naar verwezen en voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast. 2.2 [ X] heeft op enig moment de aan haar toebehorende woning (hierna: de woning) te huur gezet bij een makelaar. 2.3 [ naam kennis] (hierna: [kennis van Y]) is een kennis van [Y]. [kennis van Y] heeft op enig moment telefonisch contact opgenomen met [X] en aan haar gevraagd of zij haar woning aan [Y] wilde verhuren. 2.4 Ter zake van de mogelijke verhuur van de woning aan [Y] hebben [gedaagde sub 2], [X] en [kennis van Y] naast telefonisch contact ook veelvuldig via Whatsapp in de Spaanse taal gecommuniceerd. Op verzoek van [gedaagde sub 2] heeft [X] veelvuldig foto’s van de woning en van de zich daarin bevindende meubels verstuurd naar [gedaagde sub 2]. 2.5 Op verzoek van [Y] heeft [X] diverse aanpassingen aan de woning en reparaties verricht. [kennis van Y] kwam meermalen (de voortgang van) die aanpassingen en reparaties bezichtigen. 2.6 Op 6 augustus 2015 hebben partijen een huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) ondertekend. Daarin staat onder meer vermeld dat de maandelijkse door [Y] aan [X] te betalen huur US$ 1.450,-- bedraagt, en dat [Y] een gelijk bedrag aan borgsom aan [X] moeten betalen “Upon the due execution of this Agreement”. De huurovereenkomst is gesloten onder de opschortende voorwaarde die als volgt luidt: “This contract is contingent upon to view and inspect the property”. 2.7 [ Y] hebben op enig moment de borgsom ad US$ 1.450,-- en de eerste maand huur ad US$ 1.450,-- betaald aan [X]. [Y] hebben [X] op 26 augustus 2015 voor het eerst gesommeerd om die aan haar betaalde bedragen te restitueren aan [Y]. [X] is niet tot die restitutie overgegaan. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN in conventie 3.1 [ X] vordert dat het Gerecht (naar het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het vonnis waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - [Y] niet-ontvankelijk verklaart in hun oorspronkelijke vordering, althans die vordering afwijst, onder uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van hen in de proceskosten. 3.2 [ Y] voeren verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [X] in haar verzet, althans tot ongegrondverklaring daarvan, en tot veroordeling van [X] in de proceskosten. in reconventie 3.3 [ X] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [Y] veroordeelt: -om aan [X] bij wijze van schadevergoeding te betalen Afl. 7.649,73, althans enig ander door het Gerecht te bepalen bedrag; -in de proceskosten. 3.4 [ Y] voeren verweer en concluderen dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar reconventionele vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. in conventie en in reconventie 3.5 Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING in conventie en in reconventie 4.1 De conventionele en reconventionele vorderingen zullen gezien de aard daarvan gezamenlijk worden besproken. 4.2 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [X] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzet. [Y] hebben de met een productie onderbouwde stelling van [X] - dat zij het betalingsbevel waarvan verzet eerstens op 26 april 2016 heeft ontvangen en dat zij eerst op die datum kennis heeft genomen van de inhoud daarvan - onvoldoende gemotiveerd bestreden. Het verzet van [X] heeft daarom te gelden als zijnde tijdig ingesteld. Het conventionele ontvankelijkheidsverweer van [Y] wordt verworpen. Hetzelfde geldt voor het reconventionele ontvankelijkheidsverweer van [Y], nu er in reconventie evenmin gronden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat [X] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het door haar verzochte. 4.3 De centraal in dit geschil te beantwoorden vraag is of uitleg van de in de huurovereenkomst neergelegde opschortende voorwaarde met zich brengt of [Y] al dan niet persoonlijk de woning moesten bezichtigen en inspecteren (en vervolgens goedkeuren) alvorens de huurovereenkomst daadwerkelijk tot stand zou komen. Anders dan [Y] stelt [X] dat dit niet het geval is, en dat de opschortende voorwaarde ook kon worden vervuld door het laten bezichtigen en inspecteren van de woning door [kennis van Y]. Die stelling, op de rechtsgevolgen waarvan [X] zich beroept, mist naar het oordeel van het Gerecht in het licht van het gemotiveerde verweer van [Y] voldoende feitelijke grondslag. In haar verzetschrift onder 11 stelt [X] immers dat nadat [kennis van Y] de woning “ten laatste male” had bezichtigd, [Y] zijn overgegaan tot ondertekening van de huurovereenkomst. Daaruit volgt dat bedoelde opschortende voorwaarde eerst tot stand is gekomen na die laatste bezichtiging door [kennis van Y]. Zonder nader uitleg, die ontbreekt, valt in dit verband niet in te zien dat de bedoeling van de opschortende voorwaarde anders kan zijn dan dat eerst na persoonlijke bezichtiging/inspectie en goedkeuring van de woning door [Y] de huurovereenkomst in werking zou treden of tot stand zou komen. 4.4 Tegen voormelde achtergrond hebben [Y] (al dan niet impliciet) gesteld dat zij direct na aankomst op Aruba de woning hebben bezichtigd en geïnspecteerd, en dat zij toen hebben geconstateerd dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.