GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 mei 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards. De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren. De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: dat hij op 10 januari 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, gewelddadig met een mes, althans een scherp voorwerp, heeft gestoken en/of gesneden - een keer in een vinger van de rechter hand, althans in de rechterhand van die [slachtoffer] en/of - twee keren in de linker bovenarm (triceps) van die [slachtoffer] en/of - een keer in het linker schouderblad, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] en/of - een keer in de rechter onderrug van die [slachtoffer], in elk geval meermalen in het lichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op 10 januari 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, gewelddadig met een mes, althans een scherp voorwerp, heeft gestoken en/of gesneden - een keer in een vinger van de rechter hand, althans in de rechterhand van die [slachtoffer] en/of - twee keren in de linker bovenarm (triceps) van die [slachtoffer] en/of - een keer in het linker schouderblad, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] en/of - een keer in de rechter onderrug van die [slachtoffer], in elk geval meermalen in het lichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 2:275 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht) althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen dat hij op 10 januari 2017 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Wapenverordening, immers heeft hij toen en aldaar opzettelijk gewelddadig met dat mes, althans dat scherp voorwerp, gestoken en/of gesneden - een keer in een vinger van de rechter hand, althans in de rechterhand van die [slachtoffer] en/of - twee keren in de linker bovenarm (triceps) van die [slachtoffer] en/of - een keer in het linker schouderblad, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] en/of - een keer in de rechter onderrug van die [slachtoffer], in elk geval meermalen in het lichaam van die [slachtoffer], ten gevolge waarvan die [slachtoffer] lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; (artikel 2:273 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Bevoegdheid van het gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen A. Vrijspraak Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair tenlaste-gelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Ter toelichting dient het volgende. Vaststaande feiten Op 10 januari 2017 heeft de verdachte - onder invloed van een door hem ervaren oplopende irritatie - gedurende diensttijd zijn vrouwelijke collega’s voor hoer uitgemaakt. Naar aanleiding van de opmerking van de verdachte heeft de dienstdoende supervisor hem een reprimande gegeven, dan wel hem - volgens de verdachte - ontslag aangezegd. De verdachte heeft, direct na het onderhoud met de supervisor, een mes ter hand genomen en daarmee een van de vrouwelijke collega’s vijf steekwonden toegebracht. (Voorwaardelijk) opzet Verdachte heeft erkend zijn collega met het mes te hebben gestoken, doch betwist dat hij de intentie heeft gehad haar te doden. Uit de in het strafdossier voorhanden zijnde medische verklaring van de Spoed Eisende Hulp-afdeling van het Dr. Horacio E. Oduber Hospitaal volgt dat het slachtoffer steekwonden op haar rug (linker schouderblad ± 4 cm, linkerschouder ± 3 cm en onderrug rechts ± 2cm), een snijwond aan een vinger van de rechterhand en twee snijwonden aan haar linker bovenarm (over de triceps) heeft opgelopen. Ook volgt uit die verklaring dat het slachtoffer geen pneumothorax (klaplong) heeft opgelopen. Fotografische weergaven van de verwondingen aan de rug en de bovenarm van het slachtoffer zijn aan het dossier toegevoegd. Het gerecht kan echter uit voormelde medische gegevens niet afleiden dat het aan dat slachtoffer toegebrachte letsel van zodanige aard en ernst was dat zij daaraan zou kunnen komen te overlijden. Immers, gegevens omtrent de diepte van de verwondingen ontbreken aan het dossier. Er wordt slechts een bepaalde afmeting bij de verwondingen vermeld, doch onduidelijk is of die afmetingen betrekking hebben op de diepte of de lengte van die verwondingen. Ook ontbreken aan het dossier de medisch-deskundige gegevens omtrent de kracht waarmee de verdachte zou hebben gestoken om de verwondingen bij het slachtoffer te kunnen veroorzaken. Evenmin is een verklaring voorhanden waarin een behandelend medisch deskundige aangeeft of zich op de plaatsen van het letsel andere vitale organen dan de longen bevinden. In meer vermelde medische verklaring wordt enkel melding gemaakt van het feit dat bij het slachtoffer geen pneumothorax is geconstateerd. Ten slotte wordt in de medische verklaring melding gemaakt van opname ter observatie van het slachtoffer, doch uit het strafdossier put het gerecht geen ondersteuning voor het feit dat deze opname ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en of behandeling noodzakelijk was. Het gerecht concludeert, op grond van het vorenstaande, dat de verdachte het slachtoffer weliswaar letsel heeft toegebracht, maar dat dit letsel niet zodanig was dat het levensbedreigende gevolgen voor het slachtoffer met zich heeft kunnen brengen en dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte voorwaardelijk opzet moet hebben gehad op de dood van het slachtoffer. Het gerecht is derhalve van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs voor verdachtes opzet - ook in voorwaardelijke zin - om het slachtoffer dodelijk letsel toe te brengen ont-breekt. B. Bewezenverklaring Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht: dat hij op 10 januari 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, gewelddadig met een mes, althans een scherp voorwerp, heeft gestoken en/of gesneden - een keer in een vinger van de rechterhand, althans in de rechterhand van die [slacht- offer] en/of - twee keren in de linker bovenarm (triceps) van die [slachtoffer] en/of - een keer in het linker schouderblad, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] en/of - een keer in de rechter onderrug van die [slachtoffer], in elk geval meermalen in het lichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. 5Bewijsmiddelen De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie [divisie], administratienummer [administratienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 maart 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], brigadier bij voormeld korps. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben. Subsidiaire feit: * De verklaring van de verdachte, op 5 mei 2017 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-: Hetgeen mij wordt tenlastegelegd klopt. Ik heb het mes dat aan het bedrijf toebehoort gepakt. Ik heb de collega met dat mes gestoken. Ik was op dat moment kwaad, maar het was niet mijn bedoeling haar te doden. * Een proces-verbaal, bijlage V01-A, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 januari 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en agent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten, of van een van hen -, -zakelijk weergegeven-: Op 10 januari 2017, omstreeks 21:04 uur, stuurde de […] Centrale Meldkamer […] de surveillance eenheid 1-6, met spoed naar [bedrijf] gelegen in de [straatnaam], alwaar een collega een andere met een mes had gestoken […]. Ter plaatse […] wezen twee manspersonen die als klant ter plaatse waren ons naar een man die op dat moment achter de toonbank stond. Tevens wezen zij ons in de richting naar het mes dat hij had gebruikt om zijn collega te steken. Dit lag op een tafel waar ze frisdranken hebben. De afstand van de tafel en de verdachte was binnen een meter. Naar aanleiding van de summiere verklaring van de klanten heb ik, [verbalisant 2], omstreeks 22:10 uur, op heterdaad als verdacht van overtreding van artikelen 1:119 jo 2:259 c.q. 2:273 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aangehouden de man die later bleek te zijn genaamd: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, [functie] ([bedrijf]), wonende [straatnaam] […] [nummer], te [district] op [woonplaats]. Meerdere collega’s kwamen ter plaatse om ons te ondersteunen […] en boden het slachtoffer medische hulp in afwachting van het personeel van de ambulance. Het slachtoffer bleek te zijn genaamd [slachtoffer], […], [functie] ([bedrijf]), […]. [slachtoffer] liep verwondingen aan haar rug en haar linker bovenarm. Inbeslagname: Een keukenmes voorzien van een groen handvat. Het lemmet had een lengte van 25 cm en het handvat 15 cm. * Processen-verbaal, bijlagen A-01 (met bijlagen) en A-03, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 januari 2017 en 23 januari 2017 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-: Op 10 januari 2017 werd ik door mijn collega [verdachte] (het gerecht begrijpt: de verdachte [verdachte]) bij [bedrijf] te [district], verschillende keren met een mes gestoken. In het jaar 2012 begon ik bij [bedrijf] te werken. Ik had nooit problemen met een collega gekregen. Ongeveer vijf maanden geleden begon [verdachte] bij [bedrijf] te werken. Op 10 januari 2017, omstreeks 16:00 uur, begon ik te werken. Ik moest als [naam functie] bij de “drive thru” werken. Als je als [naam functie] bij de “drive thru” werkt, moet je werkmaterialen bij de wasbak naast het kantoor van de supervisor, wassen. In de eerste uren van het werk was alles rustig. Op een gegeven moment hoorde ik [verdachte] aan de andere collega’s schreeuwen dat ze zich als hoeren gedroegen. Ik was op dat moment bij de wasbak. [verdachte] bleef woorden naar mij uiten. Op een gegeven moment zei [supervisor] aan [verdachte] dat hij een man is en dat hij geen problemen met vrouw moest zoeken. [verdachte] bleef doorpraten. Later had [supervisor] hem in zijn kantoor geroepen. Ik was enkele werkmaterialen bij de wasbak aan het wassen. Ik zag dat [verdachte] uit het kantoor kwam en dat hij een mes dat naast de wasbak lag, had gepakt. Het mes heeft een groene heft en wordt gebruikt om groenten te snijden. Ik zag de andere collega’s wegrennen. Plotseling hoorde ik [collega] mijn naam noemen. Toen ik mij omdraaide zag ik [verdachte] het mes richting mijn gezicht zwaaien. Hij stond vlak voor mij met het mes in handen. Mijn reactie was om mijn rechterhand voor mijn gezicht te zetten. Hierdoor had [verdachte] mij tussen mijn vinger van mijn rechterhand met het mes gestoken. Hierna trachtte ik weg te rennen. Terwijl ik aan het rennen was, voelde ik dat [verdachte] mij twee keren aan mijn linker bovenarm had gestoken. Ik ondervond hierdoor veel pijn aan mijn arm. Ik begon [supervisor] te roepen om mij te hulp te komen. Toen [supervisor] mij te hulp kwam, kreeg ik de kans om weg te rennen en naar het kantoor te gaan. [supervisor] had de deur van het kantoor op slot gedaan. [verdachte] bleef hard aan de deur kloppen en schoppen en was [supervisor] en mij aan het bedreigen. Later kwam de politie en ambulancedienst. De politie heeft hem aangehouden. Ik werd door de ambulancedienst behandeld. In de ambulance zei ik […] dat ik pijn aan mijn rug had. Zij hadden mijn rug gecontroleerd en zagen dat ik twee steekwonden aan mijn rug had. In totaal heb ik vijf steekwonden opgelopen. Ik gaf [verdachte] geen aanleiding of reden om mij op zodanige manier te mishandelen. Door zijn mishandeling heb ik heel veel pijn opgelopen. Op 10 januari 2017 werd ik door mijn collega [verdachte] verschillende keren met een mes mishandeld. (Met [verdachte] wordt de verdachte, [verdachte] bedoeld. Opmerking verbalisant.) [verdachte] had mij vijf keer met het mes gestoken. Door zijn handeling heb ik steeds pijn aan de verwondingen die ik had opgelopen. Ik ben nog steeds op Arbeids Ongeschiktheid (AO). De chirurg [chirurg] had mij verteld dat de verwondingen goed aan het helen waren. * Een geschrift, te weten een medische verklaring (no. [nummer]) van de SEH-afdeling van het Dr. Horacio E. Oduber Hospitaal, opgemaakt en ondertekend door de poortarts [poortarts], voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-: B: […] Steekwond scapula links E: 2 steekwonden triceps links Oppervlakkige wond onderrug rechts Thorax/geen pneumothorax Diagnose […] Thorax dorsaal: 3x snijverwonding 1ste links supra scapulair: ± 4 cm [onleesbaar] 2de links schouder: ± 3 cm [onleesbaar] 3de rechts flank: ± 2 cm [onleesbaar] […] B/E: Re: snijwond dig III; [onleesbaar] B/E: Li: snijwond over triceps; wond ± 8 cm; alleen in subcutane vet. * Processen-verbaal, bijlagen V01-1 en V01-2, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 januari en 4 maart 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 3], onderinspecteur bij het Korps Politie Aruba, respectievelijk [verbalisant], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-: Ik werk als [naam functie] bij het bedrijf [bedrijf] te [district]. Ongeveer vijf maanden geleden begon ik daar te werken. Daar werkt de vrouw genaamd [slachtoffer]. Zij werkt daar als [naam functie]. Sinds ik ter plaatse begon te werken begon [slachtoffer] mij te plagen. Altijd op het werk lachte zij mij uit. Ik voelde [..] dat zij mij aan het “bullying” was. Op 10 januari 2017 trad ik op dienst omstreeks 16:00 uur. Omstreeks 21:30 uur was ik bezig met mijn werkzaamheden. De muziek in het gebouw was luid. Ik deed een opmerking. Door mijn opmerking belde de assistent genaamd [supervisor] […] de directie op. Doordat ik door [supervisor] in het kantoor werd geroepen begonnen de vrouwen mij uit te lachen. Toen ik het bericht kreeg dat ik naar huis moest gaan werd ik boos en liep het kantoor uit. Vlak bij de uitgang van het kantoor zat een rek met messen. Ik nam een mes in mijn rechterhand. Ik liep op [slachtoffer] af […]. Ik zwaaide het mes in haar richting. Ik had haar […] gestoken. [slachtoffer] rende het kantoor binnen. Het was niet mijn bedoeling […] de vrouw te vermoorden. Ik had geen recht om haar met het mes te mishandelen. Ik weet dat ik fout had gedaan. Ik kon herinneren dat ik [slachtoffer] ongeveer vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.