Beschikking van 13 juni 2017 Behorend bij E.J. no. 2765 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [Verzoeker], wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [Verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: de naamloze vennootschap ATCO CONCRETE PRODUCTS N.V., gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: ATCO, gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 7 maart 2017. 1.2 Uit die aantekeningen blijkt dat [Verzoeker] ter zitting is verschenen samen met zijn gemachtigde (voor wie mr. D.L. Emerencia heeft geoccupeerd). ATCO is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. [A] en dhr. [B] (operations manager respectievelijk assistent operations manager bij ATCO). [Verzoeker] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift, en dat onder overlegging van pleitaantekeningen. ATCO heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op die reactie van [Verzoeker], en dat eveneens onder overlegging van pleitaantekeningen. 1.3 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Verzoeker] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: a. ATCO beveelt om [Verzoeker] per onmiddellijk weer toe te laten op zijn werk om zijn bedongen werkzaamheden overeenkomstig zijn gebruikelijke rooster en tegen betaling van zijn overeengekomen loon weer uit te kunnen voeren voor ATCO; b. bepaalt dat ATCO ten behoeve van [Verzoeker] een dwangsom verbeurt van Afl. 100,-- voor iedere dag of deel daarvan dat ATCO voormeld te geven bevel niet opvolgt; c. ATCO veroordeelt om aan [Verzoeker] (door) te betalen zijn netto gerekend vanaf 25 oktober 2016 tot de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente; d. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt; f. ATCO veroordeelt in de proceskosten. 2.2 ATCO voert verweer en concludeert dat [Verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de vorderingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken die meebrengen dat [Verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen. Het ontvankelijkheidsverweer van ATCO wordt daarom verworpen. 3.2 Vast staat tussen partijen het volgende. [Verzoeker] is op 21 juli 2014 krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst getreden van ATCO, laatstelijk in de functie van chauffeur tegen een maandloon van Afl. 2.350,--. Op 15 september 2006 was [Verzoeker] als chauffeur van een bedrijfstruck van ATCO betrokken bij een verkeersongeval) als gevolg waarvan die truck met aanhanger werd beschadigd (hierna: ongeval 1). Op 21 oktober 2016 was [Verzoeker] als chauffeur van een bedrijfstruck met aanhanger van ATCO wederom betrokken bij een dit keer eenzijdig verkeersongeval (dat plaatsvond in een naar links buigende bocht) als gevolg waarvan die truck met aanhanger kantelde en werd beschadigd (hierna: ongeval 2). ATCO heeft [Verzoeker] op 24 oktober 2016 op staande voet ontslagen, terwijl [Verzoeker] bij schrijven van 31 oktober 2016 de nietigheid van dat ontslag heeft ingeroepen onder de mededeling dat hij voor ATCO beschikbaar is en blijft voor het verrichten van zijn werkzaamheden. ATCO heeft niet gereageerd op dat schrijven. 3.3 Als dringende reden voor het aan [Verzoeker] gegeven ontslag stelt ATCO dat [Verzoeker]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.