← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:481

Uitspraak van 21 juni 2017 BBZ nrs. AUA201700058 tot en met AUA201700072 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK Op het beroep in de zin van de Landsverordening beroep in belastingzaken van: [ X ], woonachtig in Aruba, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, gevestigd in Aruba, de Inspecteur, 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2006 tot en met 2011 aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Hierna volgt een overzicht van de data en het bedrag van de aanslagen. Jaren Datum IB AOV/AWW AZV 2006 31 maart 2011 Afl. 5.242 Afl. 6.666 Afl. 4.691 2007 31 oktober 2011 Afl. 666 Afl. 3.753 Afl. 2.641 2008 30 december 2013 nihil Afl. 1.066 Afl. 888 2009 17 maart 2014 Afl.1.314 Afl. 2.074 Afl. 3.923 2010 30 september 2015 nihil Afl. 2.071 Afl. 1.843 2011 31 augustus 2016 nihil Afl. 633 Afl. 539 1.2 Belanghebbende is op 23 november 2016 tegen de aanslagen in bezwaar gekomen. 1.3 De Inspecteur heeft op 27 december 2016 voor de jaren 2006 en 2007 uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren niet- ontvankelijk verklaard. Met betrekking tot de jaren 2008 tot en met 2011 heeft de Inspecteur (nog) geen uitspraken op bezwaar gedaan. 1.4 Belanghebbende is op 7 februari 2017 in beroep gekomen tegen de uitspraken op bezwaar (2006 en 2007) en de aanslagen (2008 tot en met 2011). Ter zake van de indiening van het beroepschrift heeft belanghebbende een bedrag van Afl. 25,- aan griffierecht voldaan. 1.5 De Inspecteur heeft op 18 april 2017 een verweerschrift ingediend. 1.6 Ter zitting van 15 juni 2017 te Aruba is namens de Inspecteur verschenen [ A ] en belanghebbende in persoon, bijgestaan door [ B ]. 2ONTVANKELIJKHEID 2.1 Ingevolge artikel 19 eerste lid van de Algemene landsverordening belastingen (verder: ALB) kan degene die bezwaar heeft tegen een uitspraak op bezwaar van de Inspecteur binnen twee maanden na dagtekening hiervan in beroep komen bij de rechter. Met betrekking tot de jaren 2008 tot en met 2011 heeft de Inspecteur nog geen uitspraken op bezwaar gedaan. Dat betekent dat belanghebbende prematuur beroep heeft aangetekend. Dit leidt ertoe dat belanghebbende voor deze jaren niet- ontvankelijk is in zijn beroep. 2.2 Met betrekking tot de bezwaren inzake de jaren 2006 en 2007 heeft de Inspecteur wel uitspraken op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft hiertegen tijdig beroep aangetekend. Over deze jaren overweegt het Gerecht als volgt. In artikel 17, lid 1, van de ALB is geregeld dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een bezwaarschrift kan indienen bij de Inspecteur. De bezwaren tegen de aanslagen zijn buiten de wettelijke termijn van twee maanden als bedoeld in artikel 17, lid 1, van de ALB ingediend. Belanghebbende heeft ter zitting toegegeven dat de bezwaren te laat zijn ingediend. Daarbij heeft hij niets ingebracht die tot het oordeel moet leiden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De Inspecteur heeft de bezwaren derhalve terecht niet- ontvankelijk geacht. Het beroep inzake deze jaren is derhalve ongegrond. 2.3 Het Gerecht komt gelet op het voorgaande niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaken. 3DE BESLISSING Het Gerecht: verklaart het beroep ter zake van de aanslagen voor de jaren 2006 en 2007 ongegrond; verklaart het beroep ter zake de aanslagen voor de jaren 2008 tot en met 2011 niet- ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Jansen, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, N.N. Noël van der Biezen BSc. De griffier, De rechter, Verzonden op: …………………….. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.