Beschikking van 20 juni 2017 Behorend bij E.J. no. 3067 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: Verzoeker, wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: de naamloze vennootschap ABC ARUBA BROADCASTING COMPANY N.V., h.o.d.n. ATV TELEVISION, gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: ATV, gemachtigde: de advocaat mr. G.M. Sjiem Fat. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift; -de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 4 april
- 1.2 Uit die aantekeningen blijkt dat [verzoeker] samen met zijn gemachtigde (voor wie mr. D.G. Illes heeft geoccupeerd) ter zitting is verschenen, terwijl ATV is verschenen bij haar gemachtigde. [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift. ATV heeft vervolgens gedupliceerd, en dat onder overlegging van pleitaantekeningen. 1.3 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [verzoeker] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking ATV veroordeelt: -om aan [verzoeker] te betalen de wettelijk aan hem toekomende cessantia gelijk aan 22,5 weken brutoloon, te vermeerderen met wettelijke rente; -in de proceskosten. 2.2 ATV voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [verzoeker] verzochte, kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat [verzoeker] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan [verzoeker] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend. 3.2 Vast staat dat ATV ten tijde van de ontslagname van [verzoeker] op 4 augustus 2016 achterstallig was met de betaling van 4 dagen loon over de maand juli
- Die achterstallige loonbetaling rechtvaardigt niet het door [verzoeker] op staande voet genomen ontslag. Die maatregel is gelet op de mate van voormelde betalingsachterstand disproportioneel. Het Gerecht volgt te dien aanzien ATV in haar stelling dat [verzoeker] genoegen had moeten nemen met de wettelijk sanctie op dat te laat betaald loon, te weten de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7A:1614q BW. De door ATV bestreden stelling van [verzoeker], dat ATV vanaf mei 2016 alleen een deel van zijn loon en dat ook nog eens verspreid betaalde, mist voldoende feitelijke grondslag en wordt daarom gepasseerd. Gesteld noch is gebleken met name welk deel van dat loon wel en welk deel niet werd betaald, en evenmin is gebleken per wanneer precies die loonbetalingen plaatsvonden of niet plaatsvonden. 3.3 Vorenstaande brengt met zich dat vast komt te staan dat ATV geen dringende reden heeft gegeven aan [verzoeker] voor ontslagname. Het Gerecht ziet daarom geen grond voor toewijzing van het door [verzoeker] verzochte. De vordering van [verzoeker] zal daarom worden afgewezen. 3.4 [verzoeker] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ATV, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt). 4DE BESLISSING Het Gerecht: -wijst af het door [verzoeker] verzochte; -veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ATV tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde; -verleent aan [verzoeker] verlof tot kosteloos procederen. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 20 juni 2017.