Uitspraak van 3 juli 2017 Aua201700100 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek ex artikel 53 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [verzoekster], wonend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, gericht tegen: de Minister van Volksgezondheid, Bejaardenzorg en Sport, zetelend in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Bij uitspraak van dit gerecht van 21 november 2016, Lar nr. 362 van 2016, heeft het gerecht het beroep van verzoekster tegen de fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van verzoekster van 20 oktober 2015 gegrond verklaard, deze fictieve beschikking vernietigd en verweerder opgedragen om uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van de uitspraak een reële beslissing te nemen op het bezwaar. Op 24 februari 2017 heeft verzoekster onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar ingediend. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. 2.2 Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 21 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.