← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:58

Vonnis van 1 februari 2017 Behorend bij A.R. 166-2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: Eiseres, wonende te Aruba eiseres, hierna te noemen: de vrouw gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards tegen: Gedaagde, wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: de man procederend in persoon 1HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE Dit blijkt uit de navolgende processtukken: het verzoekschrift; de conclusie van antwoord; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek; de akte uitlating producties. De zaak is naar de rol van heden verwezen voor vonnis. 2DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad tot oktober

  1. 2.2 Op 18 november 2008 hebben partijen van FCCA een woning gekocht te (Adres), waarvoor FCCA partijen een hypothecaire lening heeft verstrekt van Afl. 87.230,
  2. 2.3 Partijen zijn uit elkaar gegaan en hebben de gemeenschappelijk aangeschafte woning tot op heden niet verdeeld. 3DE VORDERING EN HET VERWEER 3.1 De vrouw verzoekt bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, haar gratis admissie te verlenen; de man te veroordelen een gebruikersvergoeding te betalen; de verdeling vast te stellen; te bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van eventuele noodzakelijke akten; de man te veroordelen in de kosten van dit geding. 3.2 De man voert verweer dat bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning te (Adres), waarin de man na de breuk tussen partijen is blijven wonen. Uit hoofde van het bepaalde in artikel 3:169 BW is de man gerechtigd tot het gebruik van het gemeenschappelijke goed. De vrouw heeft op grond van het bepaalde in artikel 3:178 BW het recht om de verdeling van deze woning te vorderen. 4.2 Ten aanzien van de gevorderde gebruiksvergoeding overweegt het gerecht als volgt. Het gerecht is in navolging van het Hof Den Haag (17-03-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:821) van oordeel dat de man sinds 2009 feitelijk een gebruiksvergoeding aan de vrouw voldoet ter grootte van de helft van de hypothecaire en de eigenaarslasten. Het gerecht acht het dan ook redelijk te bepalen dat de vrouw met ingang van oktober 2009 een gebruiksvergoeding toekomt ter grootte van de helft van de hypothecaire en eigenaarslasten, welke vergoeding wordt verrekend met de helft van de hypothecaire en eigenaarslasten die de man voor de vrouw voldoet, totdat de woning zal zijn toebedeeld aan een der partijen dan wel zal zijn verkocht aan derden. Dit heeft tot gevolg dat de vrouw ter zake de gevorderde gebruikersvergoeding van de man geen betaling zal ontvangen. 4.3 Nu de vrouw tevens de verdeling van het onroerend goed vordert, zal dit getaxeerd dienen te worden. De taxatiewaarde is uitgangspunt voor de verdeling van hetgeen overblijft na aftrek van de hypothecaire schuld. De zaak wordt verwezen naar de rol voor akte uitlating deskundigenbericht. Nu de vrouw de verdeling wenst zal zij belast worden met het voorschot. Dit bedrag zal te zijner tijd betrokken worden bij de eventuele verdeling van de meer/minderwaarde. Ten overvloede wijst het gerecht de vrouw erop dat niet uit te sluiten is dat de woning anno 2017 mogelijk geen overwaarde heeft. Een en ander hangt af van de staat van onderhoud van de woning en de reeds afgeloste hypothecaire schuld. 4.4 Tot slot komt het het gerecht geraden voor dat partijen in onderling overleg een deskundige voorstellen, in de hiervoor bedoelde akte kenbaar maken welke vragen aan de deskundige dienen te worden gesteld en aan wie van partijen de woning dient te worden toebedeeld. 4.5 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden 5DE BESLISSING De rechter 5.1 verleent de vrouw gratis admissie; 5.2 verwijst de zaak naar de rol van woensdag 1 maart 2017 voor akte uitlating deskundigenbericht als bedoeld in r.o. 4.3 van dit vonnis aan de zijde van de vrouw; 5.3 bepaalt dat de man aansluitend in de gelegenheid wordt gesteld om een antwoord akte te nemen; 5.4 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.