← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:630

Vonnis van 23 augustus 2017 Behorend bij A.R. 623 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., gevestigd te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: IFA, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: [Gedaagde] , te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de verdere procedure blijkt uit het tussenvonnis van 31 mei 201 waarin een comparitie van partijen is gelast. De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 4 juli 2017. Op voornoemde comparitie zijn verschenen IFA bij mr. A.E. Barrios occuperende voor mr. M.E.D. Brown en [gedaagde] in persoon. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ gedaagde] heeft met IFA een overeenkomst van geldlening gesloten. 2.2 [ gedaagde] is in gebreke gebleven met de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 IFA vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een hoofdsom van Afl. 11.940,99, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand vanaf 31 juli 2016 tot een maximum van Afl. 9.817,85 en na bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag der voldoening, veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Island Finance grondt de vordering erop dat [gedaagde] toerekenbaar tekortkomt in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen en zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt. 3.3 [ gedaagde] voert hiertegen geen inhoudelijk verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 [ gedaagde] heeft de vordering erkend, maar stelt dat zij wegens persoonlijke omstandigheden niet in staat is om haar aflossingsverplichting na te komen. 4.2 Nu de inhoud niet wordt weersproken en voldoende aannemelijk is dat Island Finance buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, is de vordering toewijsbaar met dien verstande dat de door IFA gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot Afl. 750,- conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van het liquidatietarief), nu niet is gebleken dat toewijzing voor meer dan dit bedrag redelijk is. 4.3 [ gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van IFA begroot op Afl. 750,00 aan griffierecht, Afl. 201,27 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris gemachtigde. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: 5.1 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IFA van een bedrag van Afl. 11.940,99, te vermeerderen met de overeengekomen rent van 1,5% per maand vanaf 31 juli 2016 tot een maximum van Afl. 9.817,85 en na bereiken van dit maximum te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 750,-; 5.2 veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van IFA worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 201,27 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde; 5.3 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.