← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:679

Beschikking van 29 augustus 2017 Behorend bij EJ nr. 1755 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [de vader], wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen [de moeder], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn. Belanghebbende: [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 24 januari 2017. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 12 april 2017; de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling achter gesloten deuren op 6 juni 2017, waaruit blijkt dat de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en de moeder bijgestaan door mr. G.L. Griffith occuperende voor mr. N.S. Gravenstijn, zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw C.M. Bontekoe. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING Gezag 2.1 Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat de ouders in het belang van de minderjarige kunnen communiceren. De vader en de moeder dienen hun persoonlijke problemen te scheiden van hun relatie als ouders van de minderjarige. Zij moeten vermijden dat de minderjarige bij hun problemen wordt betrokken en als gevolg daarvan klem raakt tussen hen. De ouders moeten elkaars opvattingen respecteren in die zin dat hun aanpak van hoe de minderjarige opgevoed of ontwikkeld dient te worden van elkaar kan verschillen. 2.2 Gelet hierop en het verhandelde ter zitting acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden de ouders in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. In het belang van de minderjarige zal het gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over haar. 2.3 Tussen partijen is niet in geschil dat de minderjarige bij de moeder zal blijven wonen. 2.4 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 3DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt dat de vader, [de vader], voortaan gezamenlijk met de moeder, [de moeder], het gezag over [de minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba, zal uitoefenen, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt, wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van 29 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.