← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:690

Vonnis van 30 augustus 2017 Behorend bij A.R. 2005 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap N. HABIBE JR. REAL STATE N.V., te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Habibe, gemachtigde: de advocaat mr. A.J. Swaen, tegen: de naamloze vennootschap VIDEO’S UNLIMITED N.V. , te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Video’s, gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Tussen Habibe en Video’s bestond een huurovereenkomst met betrekking tot een winkelpand gelegen in het [adres]. De huurprijs bedroeg in totaal Afl. 6.090,- per maand. 2.2 Video’s heeft op 14 maart 2016 het bedrag van Afl. 3.000,- aan achterstallige huur betaald. 2.3 De huurovereenkomst is op 31 mei 2016 tot een einde gekomen. 2.4 Op 10 juni 2016 heeft Habibe Video’s aangemaand om de achterstallige huur van 8 maanden (minus het reeds betaalde bedrag van Afl. 3.000,-) te betalen. 2.5 Op 27 juni 2016 heeft Video’s het gehuurde ontruimd. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Habibe vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Video’s tot betaling van Afl. 45.720,-, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1.5%, met veroordeling van Video’s tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Habibe grondt de vordering erop dat Video’s toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. 3.3 Video’s voert hiertegen verweer, en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel tot afwijzing van het gevorderde, met vordering tot veroordeling van Habibe in de proceskosten. 4DE BEOORDELING 4.1 Vaststaat dat tussen partijen een huurovereenkomst heeft bestaan. Volgens Habibe heeft Video’s een huurachterstand van 8 maanden, met name over de maanden september 2015 tot en met februari 2016, en de maanden april en mei 2016. Habibe stelt verder dat partijen op 9 maart 2016 mondeling zijn overeengekomen dat Video’s de achterstallige huurpenningen per 1 maart 2016 met een maandelijkse bedrag van Afl. 3.000,- zal aflossen. Habibe heeft verder onweersproken gesteld dat Video’s op 14 maart 2016 een bedrag van Afl. 3.000,- aan achterstallige huur aan Habibe heeft betaald. 4.2 Video’s ontkent dat zij huurachterstand heeft. Video’s dient omdat er sprake is van een bevrijdend verweer concreet te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij aan de betalingsverplichting voortvloeiende uit de voornoemde huurovereenkomst heeft voldaan. Video’s heeft echter geen concrete feiten gesteld waaruit blijkt dat zij de gestelde huurbetalingen heeft gedaan. Evenmin heeft het gerecht met betrekking tot de gestelde betalingen kwitanties aangetroffen. Bovendien heeft Habibe onweersproken gesteld dat Video’s bij betalingen van huur telkens een kwitantie heeft gekregen. Het gerecht gaat daarom aan het getuigenbewijsaanbod voorbij, nu de huurachterstand onvoldoende gemotiveerd is weersproken. 4.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal Video’s de proceskosten van Habibe moeten vergoeden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt Video’s tot betaling aan Habibe van een bedrag van Afl. 45.720,-, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1,5% per maand vanaf 1 maart 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt Video’s in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Habibe worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 205,10 aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.