Vonnis van 6 september 2017 behorend bij A.R. no. 2773 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende te Aruba, eiseres, gemachtigde mr E.M.J. Cafarzuza, tegen [Gedaagde], wonende te Aruba, gedaagde, gemachtigde mr E.E. Rosenstand. 1DE VERDERE PROCEDURE Ingevolge het tussenvonnis van 19 oktober 2016 zijn door [gedaagde] twee getuigen opgeroepen die ten overstaan van het gerecht zijn gehoord. Een derde door [gedaagde] voorgedragen getuige mr M. Ecury is niet opgeroepen, omdat zij op voorhand liet weten zich als advocaat op haar verschoningsrecht te zullen beroepen. [eiseres] heeft één getuige doen horen. Partijen hebben beiden een conclusie na enquête genomen en [eiseres] nog een antwoord-conclusie na enquête. Het vonnis is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 [ gedaagde] heeft bij conclusie na enquête gesteld dat hij is geslaagd in zijn bewijsopdracht. Hij heeft in het geding gebracht een kopie van een echtscheidingsconvenant, opgemaakt door de advocate mr Ecury, waarin naar een huis in Colombia wordt verwezen. Zij was destijds de advocaat van [eiseres], zo verklaarde ook de getuige [getuige A], en moet dat document overeenkomstig informatie van [eiseres] hebben opgemaakt. De getuige [getuige B]] heeft verklaard dat [eiseres] tegen haar heeft verklaard dat zij een woonhuis in Colombia had. De getuige [getuige C] heeft verklaard dat het huis in Colombia van [eiseres]’s dochter is. Deze getuige heeft dat van horen zeggen, te weten van de familie van [eiseres]. Voorts verklaart deze getuige dat advocaat Ecury zich de kwestie niet zou herinneren, wat volgens [gedaagde] niet juist is. De advocaat herinnert zich de kwestie wel en beroept zich daarom op haar verschoningsrecht. Aan de verklaring van deze getuige dient volgens [gedaagde] dus geen geloof te worden gehecht. Er zijn derhalve twee bewijsmiddelen, het convenant en de verklaring van getuige [getuige B], die de stelling van [gedaagde] over het bestaan van een huis van [eiseres] in Colombia bevestigen. Daar komt bij dat [eiseres] heeft verzuimd met bewijzen te komen dat de woning in kwestie inderdaad van haar dochter is. Zij heeft echter niets ter zake ingebracht, hetgeen volgens [gedaagde] bevestigt dat het woonhuis van haar is. 2.2 [ eiseres] heeft aangevoerd dat [gedaagde] niet in het bewijs is geslaagd. De twee van zijn kant gehoorde getuigen zijn familie van [gedaagde] en ook deze getuigen verklaren niet uit eigen wetenschap over de eigendom van de woning. De advocaat Ecury heeft [eiseres] enkel bijgestaan in de echtscheidingsprocedure en niet bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. [eiseres] heeft het door [gedaagde] in het geding gebrachte convenant nooit gezien. Zij acht het onbegrijpelijk hoe [gedaagde] in het bezit hiervan is gekomen. Zij beheerst het Nederlands niet en heeft daarover nooit informatie aan haar toenmalige advocaat verstrekt. 2.3 Het gerecht oordeelt als volgt. [gedaagde] heeft overgelegd een kopie van een convenant dat is afgedrukt op papier van advocatenkantoor Ecury. Het document is alleen voorzien van zijn handtekening, niet die van [eiseres]. In de considerans staat vermeld: “dat zij in gemeenschap van goederen met elkaar zijn gehuwd, welke gemeenschap mede omvat [...] een perceel in Cali, Colombia.”. In artikel 1.2 staat vermeld: “Een perceel eigendom met daarop gebouwd een woning in Cali Colombia.”. 2.4 Door [eiseres] wordt niet betwist dat mr Ecury op enig moment haar advocaat is geweest. Mr Ecury heeft aan het gerecht laten weten dat zij zich in deze kwestie als getuige ‘verschoont’ omdat zij inderdaad als advocaat van een der partijen was opgetreden. Het convenant vermeldt als datum “.. mei 2013”, dat wil zeggen kort volgend op de echtscheidingsbeschikking d.d. 28 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.