Uitspraak van 11 september 2017 LAR nr. 104 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonende in Aruba, APPELLANT, procederend in persoon, gericht tegen: DE BEOORDELINGSCOMMISSIE VRIJWILLIGE UITDIENSTTREDING, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij 15 juli 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op de aanvraag van appellant om hem met toepassing van de Landsverordening vrijwillige uitdiensttreding eervol ontslag te verlenen. Tegen deze beschikking heeft appellant op 18 augustus 2015 bij verweerder bezwaar gemaakt. Op 18 januari 2016 heeft appellant beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar. Het beroep is op 12 december 2016 behandeld ter zitting, alwaar zijn verschenen appellant in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde. Uitspraak is nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht stelt vast dat op het bezwaar van appellant nog immer niet is beslist. Gebleken is immers dat de op 15 februari 2016 door verweerder genomen beslissing op dat bezwaar bij nadien genomen beslissing van 1 september 2016 – in afwachting van het advies van de Bezwaaradviescommissie – weer is ingetrokken. Nu de bezwaaradviescommissie blijkens haar brief aan appellant gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid, gegeven in artikel 19, tweede lid, van de Lar om de termijn waarbinnen zij advies dient uit te brengen, met vier weken te verlengen, is het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tijdig ingediend. 2.2 Nu het door verweerder ter zitting gevoerde verweer – er is geen verweerschrift ingediend – in wezen slechts een verwijzing behelst naar het in de primaire beschikking van 15 juli 2015 neergelegde standpunt en geen reactie bevat op de door appellant in het bezwaarschrift naar voren gebrachte gronden, is de als ongegrondverklaring van het bezwaar geldende fictieve afwijzende beschikking niet voorzien van een kenbare en deugdelijke motivering. Appellant beklaagt zich daarover terecht. De beschikking dient dan ook te worden vernietigd. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen op het bezwaar. 2.3 Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op bezwaar; - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellant; - gelast de teruggave van het door appellant gestorte griffiegeld van Afl. 25,-. Deze beslissing werd gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 11 september 2017, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.