← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2017:763

Vonnis van 27 september 2017 Behorend bij A.R. 255 van 2016 (AUA201600879) GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident tot voeging zijdens Eiser 1A en Eiser 1B, beiden wonende in Florida, USA, hierna ook te noemen: [eisers 1], gemachtigde: advocaat mr. H.U. Thielman, in de zaak van: Eiseres 2, als erfgename van: [NAAM X], te Aruba, hierna ook te noemen: [eiseres 2], gemachtigde: advocaat mr. H.U. Thielman, tegen: Gedaagde 1, te Aruba, en Gedaagde 2 te Aruba, en NOTARISKANTOOR MR. R.E. YARZAGARAY N.V. te Aruba, gemachtigde: advocaat mr. D.C.A. Crouch. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 12 april 2017; - de incidentele vordering tot voeging/tussenkomst van [eisers 1] aan de zijde van [eiseres 2]; - de conclusie van antwoord in het incident van gedaagden. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2DE VORDERING 2.1 [ eisers 1] vordert dat hem wordt toegestaan zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [eiseres 2]. Hij voert daartoe aan dat hij als mede-erfgenaam belang heeft bij de uitkomst van de procedure. 2.2 Gedaagden verzetten zich hiertegen. Zij stellen dat niet vaststaat dat [eisers 1] daadwerkelijk erfgenamen zijn van [NAAM Y]. 3DE BEOORDELING 3.1. Op voet van artikel 214 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich daarin te voegen. Ingevolge artikel 215 wordt het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt. 3.2 Hoewel een eerder verzoek van [eiser 1A] tot voeging/tussenkomst is afgewezen, nu dat op een andere grondslag was gebaseerd, zal het Gerecht, gezien de ruime uitleg die gegeven wordt aan het belangvereiste, het huidige verzoek tot voeging toestaan. Nu [eiseres 2] en [eisers 1] dezelfde gemachtigde hebben, zal van onredelijke vertraging van het geding geen sprake zijn. Op basis van de thans voorhanden zijnde stukken acht het Gerecht ook voldoende aannemelijk dat [eisers 1] erfgenamen zijn van [NAAM Y]. 3.3 Het Gerecht hecht eraan [eisers 1] erop te wijzen dat hij het geding aantreft in de stand waarin het zich bevindt, zoals uit de hieronder staande rolverwijzing in het dictum volgt. 3.4 Gezien de familieverhoudingen zal het Gerecht geen proceskostenveroordeling uitspreken. 4DE UITSPRAAK: De rechter in dit gerecht: in het incident: staat [eisers 1] toe zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [eiseres 2], in de hoofdzaak: bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 oktober 2017 voor het nemen van een conclusie van repliek door [eiseres 2] en [eisers 1]; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.