S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed. De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte voor het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde en feit 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeenveertig maanden, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft verweer gevoerd. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: Feit 1 Hij, op 3 januari 2017 te Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemdepersonen heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; artikel 2:269/2:259 wetboek van strafrecht althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij, op 3 januari 2017 te Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer persoon/ personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemde personen heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; artikel 2:276/2:275 wetboek van strafrecht althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen hij, op 3 januari 2017 te Aruba, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met Zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931, immers heeft hij verdachte, toen en aldaar meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemde personen geschoten; artikel 2:255 wetboek van strafrecht Feit 2 Hij, op 3 januari 2017, te Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, in elk geval een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening; artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening. 3Voorvragen Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. Bevoegdheid van het gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen A. Vrijspraak Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. B. Bewezenverklaring Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde en feit 2 heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat: Feit 1 hij, op 3 januari 2017 te Aruba, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met Zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemde personen geschoten. Feit 2 hij, op 3 januari 2017, te Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, in elk geval een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. 5Bewijsmiddelen De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen 6Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht. Feit 2: Overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Vuurwapenverordening. Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten. 7Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten. 8Oplegging van straf of maatregel Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging door met een vuurwapen te schieten in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Gelet op de aard van de bedreiging en op de omstandigheden waaronder die heeft plaatsgevonden, is het gerecht van oordeel dat bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de vrees is ontstaan en ook heeft kunnen ontstaan dat men hun leven zouden kunnen verliezen. Het schietincident vond bovendien plaats op klaarlichte dag op de openbare weg. Verdachte is daarmee geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van onrust en onveiligheid die door dergerlijke feiten in de samenleving worden veroorzaakt, daar het feiten zijn met een gewelddadige karakter. Voorts kan het voorhanden hebben van vuurwapens gevaarlijke situaties met zich brengen en veroorzaakt de aanwezigheid van vuurwapens ook op zichzelf al gevoelens van angst en onveiligheid. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd. Ten nadele van verdachte geldt dat hij al eerder voor geweldsdelicten en vuurwapenbezit is veroordeeld. Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing Het gerecht: verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar; kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.