Vonnis van 8 februari 2017 Behorend bij K.G. no. 59 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het kort geding tussen: de naamloze vennootschap FRASA REAL ESTATE II N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Frasa, gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez, tegen: [Gedaagde], gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, ingediend op 11 januari 2017; de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 27 januari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen Frasa bijgestaan door haar gemachtigde, alsmede dhr. F.E. Saladin, directeur, en [Gedaagde] in persoon. 1.2 Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Frasa verhuurt aan [Gedaagde] sinds 1 oktober 2015 een opbergruimte gelegen aan de [adres] tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 5.000,-. 2.2[ [Gedaagde] heeft sinds februari 2016 de huur niet meer op tijd betaald. 2.3 Op 23 september hebben partijen een vaststellingovereenkomst getekend en is een afbetalingsregeling getroffen. Deze afbetalingsregeling is [Gedaagde] niet correct nagekomen. 2.4 Thans bestaat er een huurachterstand van Afl. 45.000,-, berekend tot en met februari 2017. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Frasa vordert - uitvoerbaar bij voorraad - ontruiming door [Gedaagde] van het gehuurde binnen vijf dagen met alle daarin aanwezige personen en goederen, Frasa te machtigen om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen desnoods met behulp van de sterke arme indien [Gedaagde] met de ontruiming in gebreke blijft en met veroordeling van [Gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten. 3.2 Frasa grondt de vordering erop dat [Gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverbintenis en zij het gehuurde aan een derde wil verhuren. 3.2 [Gedaagde] erkent de huurachterstand en geeft aan twee maanden nodig te hebben om het gehuurde te ontruimen. 4DE BEOORDELING 4.1 Kern van het geschil betreft de vraag of de verzochte ontruiming, vooruitlopende op het oordeel van de bodemrechter kan worden toegewezen. 4.2 [Gedaagde] heeft een forse betalingsachterstand. Dat [Gedaagde] (een gedeelte van) de huurachterstand binnen afzienbare tijd zal kunnen aflossen door het aangaan van een hypothecaire lening maakt dat niet anders. Frasa heeft aangegeven belang te hebben bij het gevorderde nu zij een potentiele huurder heeft voor de ruimte. Dit heeft tot gevolg dat de verzochte ontruiming toegewezen kan worden, nu met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de huurovereenkomst bij deze huurachterstand zal ontbinden. 4.3 Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat Frasa de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Frasa heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als [Gedaagde] niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft Frasa dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan [Gedaagde] wordt betekend, en dat aan [Gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien [Gedaagde] medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft Frasa geen belang bij de verzochte machtiging. Het gerecht zal de ontruimingstermijn bepalen op vier weken. 4.4 Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Gedaagde] de proceskosten van Frasa moeten vergoeden. 5DE BESLISSING De rechter in dit gerecht: - veroordeelt [Gedaagde] om binnen vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.