Vonnis van 15 november 2017 Behorend bij A.R. 459 van 2017/AUA
- GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiser], te Aruba, hierna ook te noemen: [Eiser], gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper, tegen: [Gedaagde], te Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 7 maart 2017; - de incidentele conclusie van [Gedaagde], ingediend op 28 juni 2017; - de conclusie van antwoord in het incident van [Eiser], ingediend op 6 september 2017; - de akte uitlating producties in het incident van [Gedaagde], ingediend op 4 oktober
- De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ [Gedaagde] verzoekt tot veroordeling/bevel van [Eiser] tot het overleggen/afgeven van bescheiden of andere gegevensdragers met betrekking tot door partijen opgebouwde pensioenrechten, die [Eiser] tot zijn beschikking of onder zijn berusting heeft. Volgens [Gedaagde] gaat het om de opgebouwde pensioenrechten bij de regering van Aruba en die van Curaçao en ook van Tragerbrother Associates Inc., een en ander op verbeurte van een dwangsom. 2.2 [ [Gedaagde] grondt het verzoek op de artikelen 142 en 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2.3 [ [Eiser] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. 3DE BEOORDELING 3.1 Door [Gedaagde] is niet bestreden dat partijen op huwelijkse voorwaarden onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen zijn gehuwd en zij alleen gezamenlijk gerechtigd zijn op de woning te [adres]. Eventuele pensioenrechten vallen dan ook buiten enige gemeenschap. Onvoldoende gemotiveerd is onder die omstandigheden waarom [Gedaagde] belang heeft bij overlegging van daarop betrekking hebben bescheiden. 3.2 De vordering in het incident zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [Gedaagde], niettegenstaande de omstandigheid dat partijen ex-echtelieden zijn, de proceskosten van [Eiser] dienen te vergoeden. 4DE UITSPRAAK: De rechter in dit gerecht: in het incident: wijst het gevorderde af; veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [Eiser] worden begroot op Afl. 1.250, aan salaris van de gemachtigde; in de hoofdzaak bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 december 2017 voor het nemen van een conclusie van repliek tevens antwoord in reconventie zijdens [Eiser]. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 november 2017 in aanwezigheid van de griffier.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.